Een neolithische huisplattegrond te Elsloo
Topografische aanduiding 60C 182.18/328.90 Ligging De bandceramische nederzetting, waartoe het 'versteende' huis op de speelplaats van de St. Joseph school behoorde, heeft zich benoorden de Stationsstraat en ten oosten en westen van de Kooiweg bevonden. Beide straten, evenals de in dit milieu niet vreemd aandoende Bandkeramieker- straat, vindt men aan de oostzijde van het dorp Elsloo op enkele honderden meters benoorden de spoorlijn.
Overzicht van de in 1950 onderzochte oppervlakte in het dorp Elsloo. De thans nog 'zichtbare' huisplattegrond ligt in het gedeelte ten oosten van de Bandkeramieker- straat en ten zuiden van de Burgemeester De Witstraat.
Geschiedenis Limburg onderscheidt zich in bodemkundig opzicht door de aanwezigheid van uitgebreide afzettingen van loess. De eigenschappen van deze destijds door de wind aangevoerde bodem, vruchtbaarheid en goede waterhuishouding, vormden een belangrijk element bij het zoeken van nieuwe woongebieden in de begintijd der landbouw.
Ook in ons land zien we dat de eerste boeren omstreeks 4400-4000 v. Chr. deze gronden opzoeken en zich hierop, met name aan de randen der loess-plateaus, vestigen. Hun nederzettingen en grafvelden zijn vooral ontdekt in de nabijheid van het Maasdal zoals te Berg, Urmond, Stein, Elsloo en Caberg en langs de op het Maasdal afwaterende beken zoals te Beek, Geleen en Sittard. Deze eerste boeren waren de dragers van de Bandceramische cultuur, zo genoemd naar het aardewerk met bandvormig versieringsmo- tief.
De arts H. J. Beckers is degene geweest die in de jaren dertig ten tijde van de aanleg van het Julianakanaal in Elsloo de eerste sporen vond van 'het volk der Bandceramici'.

In die tijd werden aan de Kooiweg nieuwe huizen gebouwd voor hen die voordien ten westen van de kerk woonden en dus voor het kanaal moesten wijken. Zowel in de strook langs het nieuwe kanaal als in de bouwputten aan de Kooiweg werden afvalkuilen met aardewerkscherven waargenomen. De meeste werden door Beckers onderzocht en nauw-keurig beschreven. Over 'hut' nr. 25 aan de Kooiweg merkt hij op: 'De rioleeringssleuf sneed midden door een hut aan de westzijde van den Kooiweg. Deze lag gedeeltelijk onder den weg en gedeeltelijk onder de percelen A. 346 en A. 347 toebehoorend aan Hoefer. Zij is ongeveer N.-Z. georiënteerd. Op 1 meter onder maaiveld begint zij zich als een zwartgrijze verkleuring af te teekenen en zet zich 0.80 m. in den ondergrond voort. De stookplaats, die 0.30 m. dieper is, ligt ongeveer 1 m. van de zuidpunt der hut. De groote lengte, 6 m., doet denken aan een uit twee afdeelingen bestaande hut, zooals onder 20 en 21 en zooals bij hut 16 en 17 te Stein. De zeer vele vuursteensplinters spreken ook in die richting, zoodat wij mogen aannemen een woonhut naast een werkplaats te hebben.' Hieruit blijkt dat hij de kuilen niet als afvalkuilen verklaarde maar hierin hutkommen zag waarin de mensen leefden en werkten.
Een enkele maal ving Beckers bot. In zijn publikatie 'Voorgeschiedenis van Zuid-Limburg' uit hij zijn gramschap hierover als volgt: 'Hutten 4 en 5 lagen in den nieuw aan te leggen weg naar het Julianakanaal. Hier kon geen onderzoek ingesteld worden, omdat ze op Rijksterrein gelegen waren. Rijkseigen- dom schijnt gelijk te staan met Rijksheiligdom, dat alleen door den Hoogepriester mag betreden worden. Niettegenstaande dat zonder nadeel of zonder belemmering van het werk een onderzoek kon ingesteld worden, werd dit niet toegestaan. Ook werd van Rijkswege het niet de moeite waard gevonden om minstens de ligging der hutten vast te leggen. De reeds vroeger opgedane ervaring, dat archaeo- logisch onderzoek alleen waarde schijnt te hebben wanneer dat van officieele zijde wordt gedaan, bewaarheidt zich hier ook weer. Het is toch diep betreurenswaardig, dat men van officieele zijde zoo gemoedelijk kan toe zien bij het verloren gaan, ja wij zouden bijna zeggen bij het vernielen van voor onze oergeschiedenis zoo gewichtige en interessante zaken. Wij weten niet, of deze wijze van handelen als algemeene regel geldt en of dat dit een speciaal recept voor Limburg is.'
Onderzoek/vondsten
Overzicht van de opgraving gezien uit het noorden.
Rechts boven de Jurgens- straat.
Elsloo heeft sedert 1950 voor de archeologen een bekende

klank gekregen. Toen hier in genoemd jaar bij de verlenging van de Jurgensstraat sporen van bandceramische bewoning werden ontdekt is het P. J. R. Modderman geweest die het onderzoek ter hand nam.
De aanwezigheid van neolithische bewoning was zoals gezegd hier reeds in de dertiger jaren vastgesteld. Nu echter kwamen de eerste huisplattegronden voor de dag en ontstond het beeld van de boerengemeenschappen zoals die hier 6000 jaar geleden leefden. Het bandceramische dorp Elsloo vinden we tussen twee dalen waarvan de sporen ook nu nog in het landschap zijn waar te nemen. Het westelijke dal dat blijkens boringen dieper is geweest en een beekje voerde laat zich vervolgen in de richting van het kasteel te Stein. In het oostelijke dal is de weg van Beek naar Stein aangelegd.
In totaal is er ongeveer een 10 hectare groot gebied tussen de genoemde dalen waarvan op één of andere manier ne- derzettingssporen bekend zijn. Het onderzoek heeft geleerd dat niet alle opgegraven huizen gelijktijdig hebben bestaan maar dat van de 95 opgegraven huisplattegronden telkens slechts 6 of 7 steeds een dorp hebben gevormd.
Aanvankelijk heeft de bewoning zich ten westen van de Kooiweg op een gebied van 2-3 ha geconcentreerd. Eerst ten tijde van de aanleg van het grafveld is het woonareaal uitgebreid naar het gebied ten oosten van de Kooiweg. De verspreiding van alle tot één fase van bewoning behorende huizen laat zien dat ze steeds gelijkmatig over de beschikbare ruimte verdeeld waren. Deze ruimte moeten we ons ten tijde van de bewoning als een open plek in het, uit overwegend eiken, iepen en linden bestaande, loofbos voorstellen. Rondom de woningen lagen akkers waarop gerst en een primitief soort tarwe werden verbouwd. Kenmerkend is dat alle woningen vrijwel dezelfde oriëntatie bezaten te weten noordwest/zuidoost. Een ander kenmerk van de woningen is de indeling in maximaal drie gedeelten te weten een noordwestdeel, een middendeel en een zuid- oostdeel. Slechts een enkel huis is langer dan 25 m. Meestal werd met geringere afmetingen bijv. 18-20 meter genoegen genomen. Zowel het noordwestdeel als het zuidoost- deel kon ontbreken. De breedte is vrij uniform op ongeveer 6 meter gehouden.
Over de functie van de drie onderscheiden elementen bestaat nog weinig zekerheid. Het noordwestdeel zou als stal gebruikt kunnen zijn. Hierop wijst eventueel de constructie van de wand. Bij de meeste huizen is namelijk aan deze zijde een ononderbroken wandgreppel geconstateerd, wat wijst op een uit planken bestaande wand. Deze is voor veestalling beter geschikt dan de met leem en hak- sel bestreken vlechtwand welke in andere delen de wand vormde.
Over het middendeel heerst de minste onzekerheid. Het feit dat hier door de wijze van plaatsing van de staanders - soms in de vorm van een Y - over een wat grotere vrije ruimte kon worden beschikt en voorts aanwijzingen - brandsporen, verbrande leem en houtskool - die hier op de aanwezigheid van de haardplaats duiden maken dit aannemelijk.
In het zuidoostdeel heeft zich mogelijk een opslagplaats voor het graan bevonden.
Plattegrond van huis nr. 58.
Dit huis heeft een lengte van 26 meter en een breedte van 6.50 meter. De wand- greppel bevindt zich ter plaatse van het stalgedeelte. Aan weerszijden van de woning bevinden zich afvalkuilen.

Reconstructie van een Band- ceramisch dorp te Elsloo.

Overzicht van de Bandceramische huisplattegronden binnen de onderzochte oppervlakte. De pijl wijst op het huis waarvan de plattegrond is 'versteend'. Huis nr. 27 is één der zes grote huizen met een rondom aanwezige wand- greppel. Met een zwarte kleur zijn de plattegronden aangeduid van die huizen welke samen met huis nr. 58 een dorpje vormden.
Plattegrond van één der zes huizen met rondom aanwezige wandgreppel. Plattegrond van één der zes huizen met rondom aanwezige wandgreppel.

Reconstructie van een Band- ceramisch huis.
Belangwekkend is de vondst van zes grote huizen (vgl. nr.
27) met een rondom aanwezige wandgreppel, met andere woorden met een geheel houten wand. Geen heeft hier gelijktijdig met de ander gestaan wat aanleiding geeft tot de veronderstelling dat elke nederzetting in de loop der tijd slechts één dergelijk gebouw heeft gekend. Als vanzelf rijst dan het vermoeden dat de bewoner of bewoners van dit huis een bijzondere plaats in de dorpsgemeenschap innamen.
Plaatsbeschrijving
De hierboven gedane uitspraak over het al of niet gelijktijdig bestaan van bepaalde huizen is het resultaat van vergelijkende studies tussen de figuraties van de gevonden paalgaten en de in relatie tot de onderscheiden huizen aangetroffen vondsten. De vondsten zijn meestal afkomstig uit afvalkuilen die tussen de woningen worden aangetroffen.
Vondsten van het oorspronkelijke woonniveau ontbreken, omdat de bovenlaag van de loess in de loop der eeuwen is weggespoeld. Behalve aardewerkscherven met de typische bandvormige versiering en van vuursteen vervaardigde werktuigen - pijlpunten, boortjes, priemen, krabbers, mesjes - zijn er talrijke steenvondsten - zoals maalstenen, rolstenen en polijststenen.
Vele vondsten, waaronder stenen bijlen, waren afkomstig uit het noordelijk aan de nederzetting grenzende grafveld.
In het onderzochte gedeelte van dit grafveld, dat niet het enige kan zijn geweest omdat hier alleen in latere fasen van bewoning en bijvoorbeeld niet ten tijde van de bewoning van huis 58 is begraven, zijn 113 begravingen vastgesteld. In de westelijke helft domineerden ondiepe kuilen waarin crematieresten waren bijgezet, zogenaamde brand- graven. Hun aantal van 47 wordt overtroffen door dat van de lijkbijzettingen te weten 66.
Huisplattegrond nr. 58 ter lengte van 26 meter en ter breedte van 6.50 meter is aangeduid op de speelplaats van de St.
Joseph school op de hoek van de Joannes Riviusstraat en de Bandkeramiekerstraat. In het asfalt van de speelplaats zijn de destijds op initiatief van pater Munsters te Stein aangebrachte sporen echter met moeite waar te nemen.
Mijn Gegevens\05-12-LIMBURG\zuid limburg\ARCHEOLOGISHC REISBOEK\LIMBURG\limburg arch reisboek\321
choolplein van de St. Jo- sephschool aan de Joannes Riviusstraat waar de plattegrond van huis nr. 58 in het asfalt is aangegeven.
Modderman P. J. R., Lineairbandkeramik aus Elsloo und Stein (Textband, Tafelband und Kartenbeilage), Nederlandse Oudheden III, ('s-Gravenhage 1970).
Literatuur
Monumenten in de naaste omgeving
Zie L2 - het archeologische reservaat te Stein.
Zie L3 - de kasteelberg 'de Koppelberg' te Dieteren.
Ten zuiden van het kasteeltje Grasbroek benoorden Gutte- coven ligt in het bos een circa 4 meter hoge heuvel, die omgeven is door een gracht, een 10-20 meter brede wal en een tweede gracht. Volgens de legende resideerde hier destijds koning Zwentibold.
Het gehele complex is waarschijnlijk uit het zuidelijk aangrenzende plateau uitgegraven en als zodanig te betitelen als een zogenaamde Abschnittsmotte (60C 185.45/336.85).
Ten westen van Schinnen vrijwel tegen de spoorbaan en achter het bestaande Huis Schinnen duidt een rond om- gracht terrein op het in de middeleeuwen hier aanwezige kasteel Huis Ter Borch (60C 188.38/328.42).
Vergelijkbare monumenten elders
Op verschillende plaatsen zijn in ons land gebouwsporen in het plaveisel of in de grasmat aangeduid. Vrijwel steeds gaat het hierbij om de contouren van middeleeuwse gebouwen zoals bijv. van de Gravenhof op het 's-Gravenhof(plein) nabij de St.
Walburgskerk te Zutphen (zie onder Gld.2), op het Oldehoofster kerkhof te Leeuwarden (zie F1), op het terrein van het Oude- en Nieuwe Gasthuis in Delft (zie onder ZH5), en in IJsselstein, waar de fundering van het in 1956 opgegraven Cisterciënser klooster Nieuwpoort in de grasmat van het ter plaatse aangelegde plantsoen is aangegeven.
Ook voor gevonden Romeinse gebouwsporen heeft men deze methode toegepast, zoals reeds werd vermeld onder ZH5.
Als aanduiding van een prehistorische woning is Elsloo echter, tot op heden uniek.

choolplein van de St. Jo- sephschool aan de Joannes Riviusstraat waar de plattegrond van huis nr. 58 in het asfalt is aangegeven.