• Plaatsen in Overijssel: Borne

Borne
Overijssel Twente, ca. 3 km ten noordwesten van Hengelo, nr. 3 op de kaart
Heeft men rijdend op de A35 van Enschede naar Almelo het prachtige landgoed Twickel gepasseerd, dan ziet men aan de oostkant van de weg de typisch Twentse plaats Borne. Pas in de 5e eeuw kwamen hier mensen zich vestigen. Ze leefden in familieverband in de wildernis, wonend in ‘losse huze’, met hun vee in één ruimte. De ‘naobers’ (buren) hielpen elkaar en de macht werd bepaald door wat men bezat: een volle erve (een erf met een bepaalde hoeveelheid grond) gaf op de ding­ dagen stemrecht. In de loop der eeuwen namen an­ deren echter langzaam maar zeker de macht over: in de 10e eeuw bezat het klooster van Werden grote delen van dit gebied en nog wat later het klooster van Ruinen (d.w.z. de bisschop van Utrecht). Deze verre eigenaars hadden een plaatselijke zetbaas of meier, wiens boerderij, de meiershof, een centrum­ functie had. Zo is ook Borne rond de Meijershof ontstaan; in 1206 werd de plaats voor het eerst ver­ meld als Burgunde.
De tegenstelling tussen arm en rijk, die in Twente tot in onze eeuw zo duidelijk zou bestaan, begon zich in die tijd te manifesteren. De erfbezit- ters waren immers horig geworden en hun erven konden niet worden opgesplitst. Alleen de oudste zoon volgde zijn vader op; de tweede zoon kon in het klooster gaan of pastoor worden en de rest moest zich maar zien te redden. Men trachtte op alle mogelijke manieren wat bij te verdienen en zo ontstond de huisindustrie, waardoor Borne in de 17e en 18e eeuw een belangrijk textielcentrum kon worden. Ook andere industrieën, zoals een cicho- reifabriek en een brouwerij, kwamen in Borne op.
De stichters van de huisnijverheid waren vooral de kleine middenstanders, die altijd nog wel een plaats in hun bedrijf hadden waar ze een paar weef­ getouwen konden neerzetten. Deze verhuurden ze aan de wevers, die zelf geen getouw konden beta­ len. De wevers moesten op donkere dagen zelf voor de verlichting zorgen en kwam het werk niet af, dan huurden ze zelf maar extra arbeiders, die natuurlijk nog weer minder verdienden. Borne was aan het einde van de 18e eeuw niet voor niets één van de armste gemeenten van Nederland.
Een merkwaardige carrière in de textielindustrie van Borne maakte een man genaamd Spanjaard. In 1801 uit Duitsland gevlucht vanwege de jodenver­ volging vestigt hij zich in Borne. Hij trekt door de provincie met linnen, tweedehands kleren en onge­
--------- --- *------------
De ‘klopjeswoningen’ te Borne dateren uit 1786 en werden oorspronkelijk door begijntjes (‘klopjes’) bewoond.
regeld goed, is fabrikeur (opkoper van in huisin­ dustrie vervaardigde textiel) en vestigt in de Oude Kerkstraat en aan de Grotestraat fabrieken, waar wevers gezamenlijk en niet meer in huisindustrie aan de getouwen werken. Hij heette oorspronkelijk Salomon Jacobs, maar had om duistere redenen de naam Spanjaard aangenomen. Vijftig jaar later zijn z’n zoons al zó rijk, dat ze tegelijkertijd een stoom­ fabriek én grote villa’s kunnen laten bouwen, het Spanjaardshuis en een dubbele villa aan de weg naar Almelo (‘Witte Huis’).
De textielindustrie was overheersend en werd een ware monocultuur: andere in Borne opgezette industrieën, zoals Hengelo’s Bier en Stork, verdwe­ nen. De textielindustrie vestigde zich in Borne om­ dat de arbeidskosten er laag waren. Om dezelfde reden vertrok ze in onze tijd naar de ‘derde wereld’.
In 1973 sloot de eens zo levenskrachtige stoom­ spinnerij Spanjaard voorgoed haar poorten. Borne is nu een typisch forensendorp geworden, met in de oude kern een groot aantal historische monu­ menten uit een tijd die voor slechts enkelen een glorietijd was.
Tte^enswaardigheden^
Oude of Stephanuskerk, Oude Kerkstraat 2. N.H.- Kerk; laatgotisch gebouw met koor uit eerste helft 14e eeuw en merkwaardig, tweebeukig schip uit ca.
1480. Belangwekkend interieur: in koorsluiting hagioscoop, muurschilderingen uit ca. 1500, zand­ stenen preekstoel uit ca. 1600, in het koor graf­ zerken uit ca. 1525. De toren dateert uit de eerste helft van de 15e eeuw; hij bestaat uit drie gele­ dingen en heeft een achtkantige spits; 15e- (vóór de Beeldenstorm!) en 17e-eeuwse klokken. Na overleg te bezichtigen. Doopsgezinde Vermaning, Ennekerdijk
31. Zaalkerkje met lijstgevel, uit 1842. St.- Stephanuskerk, Stationsstraat. Neo-gotische pseudo- basiliek uit 1888. Voormalige Synagoge, Ennekerdijk
17. Rechte gevel met twee spitsboogvensters. Er­ naast de vroegere rabbijnswoning met aangebouw­ de Joodse school. Klopjeswoningen, Koppelsbrink 32,
34. Woninkjes van begijnen (‘klopjes’), uit 1786, aangebouwd tegen groter huis. Museumgedeelte te bezichtigen. Bussemakerhuis, Ennekerdijk 11. Lin- nenfabrikeurshuis uit 1779. Fraai pand met klok- gevel en nagenoeg oorspronkelijke indeling van in­ terieur; twee stijlkamers. Na overleg te bezichtigen.
Historische panden o.a. Doeschothuis, Abr. ten Catestr. 9; Kipshoes, Abr. ten Catestr. 23-25; v.m. pastorie, Koppelsbrink 30; Dorpshuis, Marktstr. 3; Marktstr. 4—6; Tusveldhuis, Marktstr. 27; Bartelinksweg 2; Spanjaardshuis, Grotestr. 120-122; Villa Meijling, Stationsstr. 74; Lodiek Landen 4 te Hertme (‘spookhuis’). Oude hoeven o.a.
Meijershof, Welemanstr. 11; Veldhuis weg 1; Loo- dijk en Hondeborg (terrein met verhoogde, om- grachte woonplaats uit Middeleeuwen, met boerde­ rij, Esweg 1).