algemeen
Hattem is een Hanzestad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente ligt op de grens met Overijssel en aan de noordrand van de Veluwe. Het telt 12.822 inwoners en heeft een oppervlakte van 24,28 km². Binnen de gemeentegrenzen ligt de buurtschap 't Zand.Wikipedia
Meer over de Nederlands hervormde kerk
Meer over het Anton Pieckmuseum
Romantische stadjes
die lonken met openhaardvuur, erwten
soep en warme chocolade. Wie in een
neerslachtige stemming dreigt te schieten,
moet gewoon op de fiets springen. Voor
een tocht door het poëtische landschap
rond historisch Hattem, gelegen onder
de rook van Hanzestad Zwolle.
Graaf Reinaldus de Tweede verleende
dit plaatsje in 1299 stadsrechten. En
een beetje stad trok in die tijd robuuste
muren op rond z'n woonkern. Zo ook
Hattem. De stadsmuren telden vier
poorten. De in 1400 gebouwde Dijkpoort
is de enige die nog bestaat. Het scheelde
overigens niet veel of ook die had het
loodje gelegd.
STADSROMANTIEK
Gelukkig was er begin vorige eeuw een
generaal genaamd Hoefer. Hoefer was
getrouwd met barones Van Heemstra,
de zus van de toenmalige burgemeester.
Dankzij Hoefer kwam er geld voor de
restauratie van de poort. De legendarische
architect Pierre Cuijpers, die van het
Amsterdamse Rijksmuseum, verfraaide
het middeleeuwse bouwwerk zelfs met
vier aandoenlijke torentjes. Kasteel Sint
Lucia, in de volksmond 'De Dikke Tinne'
genoemd, was toen al ter ziele.
Het kasteel ontstond in dezelfde periode
als de Dijkpoort en kreeg z'n bijnaam
vanwege de dikke muren, de dikste van
ons land. Maar Hattem kon de stenen
voor goed geld verkopen en dat leidde
tot de sloop in 1778. Gelukkig heeft
het stadje ook nog een grote kerk en
een achtkantige molen uit 1816 om
te bewonderen. Maar dat terzijde, want
je komt natuurlijk niet alleen naar Hattem
voor de romantiek van de stad.
Zodra je de Dijkpoort achter je laat,
openbaren zich weidse witte polders.
Zacht licht glanst over het vlekkeloze
winterlandschap. In de weilanden ligt
onbevlekt poederig sneeuw. Het wit
schittert als een diadeem. De tocht voert
je langs bevroren slootjes en idyllisch
gelegen boerderijen, over landelijke
dijkjes en door verstilde dorpen als
Vorchten en Veessen.
Op het ijs zie je een boel ijspretgenieters.
Terug
naar de Parkweg. In het begin is deze weg
de ontsluitingsweg van vele, grote huizen
in het dichte bos. Na een witte slagboom
begint de Veluwe echt. We passeren een
heideveld met bankje en lopen een vol
gend groot stuk bos in. We bereiken een
viersprong en gaan via een klein paadje
rechtdoor en enigszins omhoog. Vrij snel
bereiken we een smalle open strook met
aan het eind een bankje; voor het bankje
een laag geplaatst bord: ‘niet betreden’.
Achter dit bankje begint een wandelaar-
breed pad door het dennenbos. Als het
zich verwijdt - links vele omgevallen den
nen - gaan we een weinig schuin naar
rechts. Op de volgende viersprong verleg
gen we de koers naar links. Ook hier lig
gen aan onze linkerhand de dennen plat;
de stormen van begin 1990 hebben toch
heel wat teweeggebracht. Nadat we een
stenen gebouwtje met een mast zijn ge
passeerd, gaan we op de T-splitsing naar
rechts. We hebben nu een afrastering links
van ons en dat blijft voorlopig zo. Bij de
Het Daendelshuis in Hattem. Op de linkerpagina: herfsstemming langs de IJssel.
volgende viersprong staat een hek met
bord Flip-Hul: linksaf; we houden de af
rastering links van ons. Tot we een half-
verharde weg bereiken, negeren we alle
zijwegen. Op deze driesprong gaan we op
nieuw naar links. De aanduiding doodlo
pende weg heeft betrekking op de halfver-
harde weg; wij nemen het smalle, onver
harde fietspad als de weg naar links buigt,
en volgen dat geruime tijd (paaltjes met
gele koppen).
Herberg
Aan het eind buigt het pad naar rechts;
we steken de weg over en lopen over een
asfaltweg (blauwe koppen) naar een die
pe zandkuil.Op hoogtijdagen is het hier
een drukte van belang met kinderen die
van de hellingen afrollen en vader en moe
der aan de rand, wachtend naast de auto.
We lopen rechts om de Leemkuil heen tot
we een paal met rood/gele stip bereiken
en het brommen wordt verboden. Hier
gaan we naar rechts en zetten onze wan
deling voort over de asfaltweg die kam
peerterrein De Leemkule in tweeën deelt.
We steken de Prinses Christinalaan over
en gaan het pad in dat met rood/geel is
gemarkeerd. Niet lang hierna komen we
uit op een brede zandweg met gescheiden
fietspad; naar links. Allereerst passeren
we enkele boerderijen en een huis waar
van de eerste steen werd gelegd door ba
ronesse van Heeckeren van Molecaten.
Deze in Goes geboren dame verrichtte
deze handeling op 25 augustus 1881. Een
aangetrouwd familielid, baronesse M.A.
van Heeckeren van Molecaten, geboren
Nitschmann, nam in mei 1969 de eerste
steen voor haar rekening van de na brand
herbouwde herberg Molencaten, daterend
uit 1858. Ter oriëntatie: tussen de herberg
en de zandweg strekt zich een klein wild-
parkje met bosvijver uit. Niet veel later be
reiken we de Koeweg; rechtsaf. Om in het
centrum van het in dit jaargetijde niet
meer zo drukke Hattem te komen, lopen
we de volgende route: Op de Y-splitsing
naar links (Eijerdijk); ter hoogte van bord
je zwembad rechtsaf (Kweekweg). Aan het
einde naar links (Stadslaan, bushalte lijn
127 richting Zwolle*) en deze laan volgen
tot het hart van Hattem is bereikt.
Pand der liefde
Een cliché: wat er allemaal in het stadje is
te zien dat in 1299 stadsrechten kreeg, is
te veel om op te noemen**. In de winter
maanden is het heerlijk rustig dwalen
door de smalle Kerkstraat en Achterstraat
(o.a. Streekmuseum Hattem en het Anton
Pieck Museum). Op het snijpunt van deze
straten lag eens de zogenaamde Derrepoort. Hier vinden we een van de twee
overgebleven stadspompen; niet ver van
hier staat de stellingmolen De Fortuin.
Voorbij deze molen lopen we via de
Noordwal - mooi gezicht op de Kleine
Gracht - naar de enig overgebleven stads
poort, de Dijkpoort. Het aan de Ridder
straat gevestigde Bakkerijmuseum heeft
hier een klein filiaal. Komend van de poort
bereiken we via de Kruisstraat de Markt,
Kerkhofstraat en Kerkplein. Hier liggen de
historische parels voor het oprapen**. Na
tuurlijk ontbreken de tot de verbeelding
sprekende namen niet: De Dikke Tinne,poort. Hier vinden we een van de twee
overgebleven stadspompen; niet ver van
hier staat de stellingmolen De Fortuin.
Voorbij deze molen lopen we via de
Noordwal - mooi gezicht op de Kleine
Gracht - naar de enig overgebleven stads
poort, de Dijkpoort. Het aan de Ridder
straat gevestigde Bakkerijmuseum heeft
hier een klein filiaal. Komend van de poort
bereiken we via de Kruisstraat de Markt,
Kerkhofstraat en Kerkplein. Hier liggen de
historische parels voor het oprapen**. Na
tuurlijk ontbreken de tot de verbeelding
sprekende namen niet: De Dikke Tinne,poort. Hier vinden we een van de twee
overgebleven stadspompen; niet ver van
hier staat de stellingmolen De Fortuin.
Voorbij deze molen lopen we via de
Noordwal - mooi gezicht op de Kleine
Gracht - naar de enig overgebleven stads
poort, de Dijkpoort. Het aan de Ridder
straat gevestigde Bakkerijmuseum heeft
hier een klein filiaal. Komend van de poort
bereiken we via de Kruisstraat de Markt,
Kerkhofstraat en Kerkplein. Hier liggen de
historische parels voor het oprapen**. Na
tuurlijk ontbreken de tot de verbeelding
sprekende namen niet: De Dikke Tinne,
Pand der Liefde en Het Pand van het War
me Land. Dat Hattem bijzonder oud is en
fraai gerestaureerd, is ook te zien aan het
grote aantal gedenkstenen. Niet alleen de
overbekende Eerste, maar ook met verma
nende of triomferende teksten:
Ik werd hersteld
door toedoen van leken:
zij vonden het zonde
MU af te breken
MCMLXXI
----
Hattem
Gelderland Aan de noordoostrand van de Veluwe, ca. 4 km ten zuiden van Zwolle, nr. 16 op de kaart
‘Er ligt een stadje aan de IJssel, al op de grens van hei en bos.’ Deze eerste regels van het Hattemer Stedelied geven aan dat Hattem in een mooi natuurgebied ligt: aan de rand van de Veluwe en de uiterwaarden langs de IJssel. Hier schilderde de Hattemer Jan Voerman sr. zijn IJssellandschappen.
Hier zette ook koningin Wilhelmina regelmatig haar schildersezel neer.
Hattem ligt aan de Waa, een dode arm van de IJssel. Het heeft een rijke geschiedenis die — voor zover het de geschreven bronnen betreft — terug gaat tot 891. Uit dat jaar dateert een vermelding van de nederzetting Hattheim, bij de kruising van de handelsroute (Hessenweg) van Duitsland naar Utrecht en de IJssel.
Al in 1299 kreeg Hattem stadsrechten van graaf Reinout i van Gelre. De Gelderse graven zagen in Hattem een bruikbare ‘grensvesting’ in hun voort durende strijd tegen de Utrechtse bisschoppen. (Het huidige Overijssel heette toen immers ‘Over- Sticht’ en was Utrechts gebied.) Ruim honderd jaar later werd Hattem aangeduid als de ‘versterkte stad’. De vestingwerken bestonden uit een gracht, vier landspoorten, een waterpoort en een stads muur, waarin een tiental verdedigingstorens waren aangebracht. Van dit alles resteert alleen nog een deel van de stadsmuur, de gracht en de binnen poort van de Dijkpoort (gerestaureerd in 1909, de
voorpoort is verdwenen). In het oostelijk deel van de stadsmuur bevindt zich een poortje voor voet gangers dat toegang geeft tot de binnenstad. Het wordt ‘Daendelspoortje’ genoemd en kent een ro mantische geschiedenis. Evenals nu was het vroe ger een plaats voor geliefden. Daendels, de anti- Oranjegezinde patriottenleider en later goeverneur van Nederlands Oost-Indië, werd uitgerekend ver liefd op de dochter van de Oranjegezinde kolonel Van Vlierden. Dit gaf natuurlijk de nodige verwik kelingen en het verhaal wil dat Daendels in 1787 zijn geliefde Aleida schaakte en haar door dit poor tje buiten de stad bracht.
Binnen de vestingwerken stond een groot kasteel van de hertogen van Gelre, die van hieruit de IJssel beheersten. Het werd in het rampjaar 1672 door Franse en Munsterse troepen met de grond gelijk gemaakt. De straat ‘Het Slot’ geeft aan waar het kasteel heeft gestaan: ten zuidoosten van de markt.
Steden die in militair opzicht op een strategisch punt zijn gebouwd liggen vaak ook economisch gunstig. Dat gold ook voor Hattem, waar druk handel werd gedreven, vooral in de 16e eeuw, toen het stadje lid was van het Hanzeverbond. Het cen trum van al die bedrijvigheid was natuurlijk de markt, met de mooie gotische kerk, de Waag en als blikvanger het Renaissanceraadhuis. Alles ademt hier de geest van het verleden. De herenhuizen aan het plein zijn alle fraai gerestaureerd. Aan de gevel van het raadhuis is een zeldzame hoeklantaarn uit de 18e eeuw te zien. Twee eeuwen terug was de straatverlichting nog niet zo best als nu. Daarom hingen veel inwoners een eigen lantaarn aan de ge vel van hun huis. Maar deze lantaarn is een stenen hoekerkertje, gesteund door een console in de vorm van een duiveltje.
Voor een totaalbeeld van het ‘beschermde stads gezicht’ kan men Hattem het beste vanuit het noor den, dus vanaf de IJsselzijde, naderen. Men ziet dan vooraan de Dijkpoort en op de noordwestelijke wal de molen ‘De Fortuin’. Daarachter, hoog boven de daken van de huizen, de toren van de Grote Kerk.
Uitgestrekte uiterwaarden scheiden het stadje van de rivier. Tot die uiterwaarden behoort de Hoen waard - grasland tussen de Grift en de IJssel.
Deze Hoenwaard (300 ha) werd in 1401 door her tog Willem van Gelre aan Hattem geschonken, op voorwaarde dat alleen boeren die zich binnen de stadsmuren hadden gevestigd hun vee op deze gemeenschappelijke grond zouden laten grazen.
Elke zomer dreven de stadsboeren hun vee door de smalle straatjes naar buiten de muren. De aanwe zigheid van deze ‘stadsweiden’ is er de oorzaak van geweest dat er in de binnenstad lange tijd veel stadsboerderijen hebben gelegen. Na de Tweede Wereldoorlog telde Hattem zelfs nog 35 stadsboer derijen. Dit aantal is nu tot twee teruggelopen. Na 1950 is een 16-tal boerderijen in de Hoenwaard neergezet.
Dat het in Hattem goed toeven is hadden velen begrepen toen zij besloten er te gaan wonen. Van 1950 tot 1980 is het inwonertal met ruim 60% toe genomen ; het bedraagt thans 11500. Aan die snelle toename is evenwel een einde gekomen.
Zwolle, de noordelijke buurgemeente, is aangewe zen tot groeistad en Hattem moet ongeveer blijven zoals het nu is.
De directe omgeving van Hattem leent zich voortreffelijk voor lange wandelingen. Ten zuid westen van het stadje ligt het landgoed Moleca- ten, dat in het zuiden grenst aan de Gemeentebos- sen. Het landgoed is bijzonder gevarieerd, met bos sen, weiden en akkers, en heeft ook een uitkijk toren van 22 m hoog, die vrij toegankelijk is. Op het landgoed liggen twee oude huizen, Molecaten en Spijker Watervliedt. Het Huis Molecaten is een door een molenvijver omringde voormalige have zate, die halverwege de 14e eeuw voor het eerst wordt genoemd. Het tegenwoordige huis stamt in aanleg uit de 15e of 16e eeuw met 17e-eeuwse uit breidingen, en is in 1826 verbouwd. Het is vanuit het omringende park te bekijken.
Het andere huis, Spijker Watervliedt, was oor spronkelijk een voorraadschuur, die later tot een adellijk landhuis werd omgebouwd. Het is een klein, bakstenen gebouw uit de 17e eeuw, met een nieuwe vleugel in 18e-eeuwse stijl. Karakteristiek zijn de Gelderse topgevels. ‘Spijker’ is een geweste lijke benaming voor een klein landhuis of een graanzolder. Aan die laatste functie herinnert nog de spreuk rondom het ovale venstertje boven de stenen pomp uit 1776. Achterstraat, hardstenen pomp uit 1733. Huis Molecaten, op het gelijknamige land goed. Alleen van buiten te bekijken. Land kuis Spijker Watervliedt, op landgoed Molecaten. Alleen van buiten te bekijken.
![[hattem.png]]
Gezicht op Hattem vanaf de IJssel. Links de Grote Kerk, rechts het dak van de Dijkpoort.
-------------------------------*--------------------------------
deur: ‘Die sait, die mait’. (‘Wie zaait, die maait’.)
"Be^ienswardigbede/Lj
Streekmuseum Hattem, Achterstraat 48. De verzame ling heeft betrekking op de geschiedenis van Hat tem en omvat o.m. prehistorische en middeleeuwse vondsten, klederdrachten en ambachtelijk gereed schap. Voorts schilderijen en platen van de Hat- temse schilders Jan Voerman sr. en jr. Bakkenjmu- seum, Ridderstraat 30. Gevestigd in de oude stads boerderij ‘Pand van het Warme Land’. Demonstra ties broodbakken in oude, met takkenbossen gestookte oven. Authentieke 19e-eeuwse bakkerij.
De Fortuin, Molenbelt 5. Achtkante 19e-eeuwse stel- lingmolen (bovenkruier). Te bezichtigen. Beneden verdieping ingericht als dependance van het Streek museum. Grote of N.H.-Kerk, Markt. Grotendeels 15e-eeuwse kerk met gedeeltelijk 12e-eeuwse toren.
Romaanse zandstenen doopvont uit 12e eeuw. Te bezichtigen (inl. vvv). Raadhuis, Markt. In voorma lige Heilige-Geestgasthuis. 14e-eeuws gebouw, in 17e eeuw in Nederlandse Renaissancestijl her bouwd. Interieur niet te bezichtigen. IF'aag, Markt.
Dateert uit 17e eeuw, gewijzigd in 19e eeuw. Dijk poort, Kruisstraat 1. In aanleg 16e-eeuwse stads poort, in 1909 herbouwd. Twee oudheidkamers. Te bezichtigen (inl. vvv). Stadspompen, Markt, hardste-