Groningen
In Oost-Groningen, ca. 6 km ten oosten van Winschoten, nr. 16 op de kaart
Oudeschans ligt in het Reiderland, een gebied dat zich aan weerszijden van de grens tussen Groningen en de Duitse Bondsrepubliek uitstrekt. Het is een streek met een bijzonder roerig verleden, zowel poli­ tiek als geografisch. Door het rijzen van de zeespie­ gel kon de zee hier in de 14e en 15e eeuw ver landin­ waarts binnendringen, waarbij talloze dorpen en nederzettingen in de golven verdwenen. In 1545 werd de Dollard echter een halt toegeroepen door middel van een zeedijk. Bij deze dijk, op de plaats waar de Westerwoldse A in de Dollard uitmondde, stichtte de ‘Vader der Friezen’, graaf Willem Lodewijk, een vijftigtal jaren later de Bellingwolder- schans, die later de naam Oudeschans zou krijgen.
Dit gebeurde in 1593, toen de staatse troepen aan hun groots offensief in het oosten waren begonnen. De Spanjaarden, onder aanvoering van Verdugo, zwaaiden nog de scepter in Groningen en Drenthe, maar Coevorden was al gevallen. Om Groningen in handen te krijgen, hadden de staatsen vrijwel alle toevoerwegen naar de stad afgesneden. Alleen de knuppelweg door het Bourtanger Veen, een natuur­ lijke barrière tussen de noordelijke provincies en het Duitse achterland, lag nog open. Door een pijlsnelle actie van Willem Lodewijk, waarbij hij eerst de Bel- lingwoldersschans en direct daarna de schans Bour- tange liet aanleggen, werd ook deze laatste aanvoer- route afgesneden. In 1594 viel hierdoor ook Gro­ ningen in staatse handen. Een aardig detail is, dat de bouw van de Bellingwolderschans mede zo vlot ver­ liep doordat Willem Lodewijk voor het eerst in de krijgsgeschiedenis gebruik maakte van geprefabri­ ceerde hutten.
De schans kreeg in eerste instantie de vorm van een vierhoek. Met de sluis tussen Dollard en Wes­ terwoldse A kon men zeewater inlaten of het water van de A tegenhouden. Hierdoor had men de moge­ lijkheid grote gebieden te inunderen. Al snel na de aanleg van de schans ontstond er door inpoldering en aanslibbing een strook land tussen de schans en de Dollard, waardoor de grensverdediging niet meer waterdicht was. Vanwege de weinig stabiele politieke toestand in Duitsland, waar de Dertig­ jarige Oorlog woedde, besloot de toenmalige stad­ houder van Groningen, Ernst Casimir van Nassau, dan ook tot aanleg van een nieuwe schans, de Lang- akkerschans. Deze werd kort daarna omgedoopt in Nieuweschans (zie aldaar), terwijl de Bellingwolder­ schans de naam Oudeschans kreeg.
Oudeschans had echter nog steeds strategische bete­
kenis en ontwikkelde zich tot een volwassen, ster­ vormige vesting, met een hoofdwal, poorten, twee bastions (het ‘Kruydenbastion’ en het ‘Doodenbas- tion’), een lunette en ravelijnen.
Tijdens de grote paniek in het rampjaar 1672 viel de Oudeschans in handen van de Munsterse troepen. Toen echter Groningen stand bleek te houden en de Munsterse en Keulse troepen zich terug moesten trekken, herwonnen de staatsen hun zelfvertrou­ wen. Kolonel Jorman zette de achtervolging in en wist in korte tijd vele plaatsen te heroveren: in de herfst ten slotte ook Oudeschans.
Vanaf die tijd raakte de vesting langzaam maar zeker in verval. Bij oorlogsdreiging werden er herstel­ werkzaamheden uitgevoerd, maar in vredestijd ver­ vielen de verdedigingswerken weer. In de Franse tijd werd de vesting aanvankelijk weer bezet, maar ze had haar strategisch belang verloren en de man­ schappen werden teruggenomen. Voor de burgerbe­ volking was dit een opluchting, want de inkwartie­ ring der soldaten vormde een zware belasting. In 1814 werd tot openbare verkoop, onder voorwaar- de van slechting, besloten. In 1819 was de ontman­ teling een feit.
Groots opgezette reconstructieplannen, zoals in Bourtange reeds zijn gerealiseerd, bestaan er voor Oudeschans niet. Wel is er een rehabilitatiebesluit en in het kader hiervan is men begonnen met het herstel van sommige oude vestingwerken. Het ‘Doodenbastion’ krijgt zijn oude vorm (maar niet zijn hoogte) terug, het ‘Kruydenbastion’ wordt her­ steld en enige vestinggrachten en wallen worden teruggebracht. De restauratie van het karakteris­ tieke garnizoenskerkje annex pastorie vond in 1974-1975 plaats. Een bijzonderheid is, dat het met de lengteas in noord-zuidrichting ligt, terwijl de oriëntatie vanouds meestal oost-west was. Men heeft zich waarschijnlijk eenvoudig aan het beschik­ bare grondstuk aangepast. Het werd in 1626 gebouwd en in 1772 vergroot met de pastorie. Deze kreeg dezelfde dakhelling, waardoor kerk en pas­ torie één geheel lijken. In de loop van de tijd zijn er nog meer verbouwingen uitgevoerd, waarbij aan de buitenkant gewoonlijk weinig veranderde. Bij de laatste restauratie zijn met name de pastorie en het kerkinterieur onder handen genomen. Zo werd de hoofdentree van de pastorie van een gietijzeren bo­ venlicht voorzien en kwam er een klassieke gootlijst langs de voorgevel. In de kerk werden de muren wit gestucadoord en werd het meubilair opgeknapt.
De omgeving van Oudeschans is bijzonder rijk aan natuurschoon. Naar het zuiden toe liggen in de bos- wachterij Westerwolde uitgestrekte bossen met speelweiden, en verder vindt men hier heidereserva- ten, vennen en boomwallen. Achter de kerk van Oudeschans bevindt zich een reigerkolonie. Wie nog niet genoeg heeft van oude vestingwerken moet zeker een bezoek brengen aan het een kilometer of twintig zuidelijker gelegen Bourtange, waaraan eveneens een artikel is gewijd. TSe^enswaardigbederLj
N.H.-Kerk. Eenvoudig zaalkerkje uit 1626, dat in de loop van de tijd enkele malen is hersteld; in 1974—1975 volledig gerestaureerd. Fraai interieur. Na overleg te bezichtigen. Monumentale panden. Enkele 19e-eeuwse huizen in de oude kom en een boerderij uit 1770 (Poortweg 1). Een deel van de oude vestingwerken zal min of meer in de oude staat worden teruggebracht.