Stelling van Amsterdam
PROVINCIE[ NH
GEBOUW_ONDERWERP[ forten
JAARTAL[
GEGEVENS[
PAGINA 7
HET NOORDHOLLANDS LANDSCHAP
Forten verdedigen de natuur
V
|Noordhollands / Landschap
|| Een van de grootste bouwwerken ter wereld staat in sNoord_Holland. Het prijkt bovendien op de Lijst van Cultureel Erfgoed van de UNESCO, samen met de Chinese Muur, de piramiden van Egypte en de Taj Mahal. Het j is de Stelling van Amsterdam: i een reeks van forten en andere militaire bouwsels, bij elkaar 42 stuks, die in een kring vormen van 135 kilometer lang op ongeveer 20 kilometer rond Amsterdam. Ze zijn onderling verbonden door een ingenieus stelsel van sluizen, sloten en dijken, waarmee het omringende land onder water gezet kon worden, een waterlinie dus.
Deze verdedigingslinie werd gebouwd in de jaren tussen 1880 en 1914 om de hoofdstad te beschermen tegen aanvallen van vijandelijke legers en gold in zijn tijd als een van de modernste militaire projecten in Europa. Dat is wellicht ook de reden dat de stelling nooit is aangevallen of veroverd. Duitsers en Engelsen hebben er in de Eerste Wereldoorlog wel aan gedacht het neutrale Nederland te bezetten, maar zagen in de stelling een te groot obstakel. In die zin heeft het project, dat destijds 41 miljoen gulden heeft gekost, zijn geld zeker opgebracht. Na de oorlog van '14 _'18 nam de militaire betekenis snel af. De nieuwste grote bommenwerpers zouden vanuit de lucht de betonnen kolossen makkelijk kunnen bestoken met zware bommen. In de tweede Wereldoorlog zijn ze door de Duitsers gebruikt als opslagplaatsen en kazernes.
Vanaf 1950 deed Defensie de forten van de hand. Ze werden verkocht aan particulieren en burgerinstellingen. Onder andere aan organisaties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Het Noordhollands Landschap, dat nu vijf van die forten in beheer heeft. Dat lijkt vreemd. Wat moet een natuurbescher_
mingsorganisatie nou met een klont beton? Dat wordt onmiddellijk duidelijk als je een kijkje gaat nemen bij een van die forten. De tijd en de natuur hebben er samen iets moois van gemaakt. Ik ken nauwelijks Noord_Hollandse plekjes die idyllischer zijn dan bijvoorbeeld Fort Veldhuis, niet ver van de A9. Vanwege het militair belang mocht er in de wijde omtrek van de stelling en de waterlinie niet gebouwd worden. Van die rust en landelijkheid heeft de natuur dankbaar gebruik gemaakt. In het stille water rond Veldhuis wemelt het van de vissen. De schuwe dodaars, een klein soort fuut heeft er zijn nest. En in de jungleachtige boomgroepen rondom broeden uilen, torenvalken en een heel koor zangvogels. Op de kunstmatige heuvel, waaronder het beton ligt, groeien
en bloeien planten die nergens anders in het vlakke sompige land rondom voorkomen. Het fort en alles wat erbij hoort is een oase voor muizen, egels en hermelijnen. De Stelling van Amsterdam verdedigt nog steeds de natuur.
Stichting Het Noord_Hollands Landschap is een professionele provinciale organisatie die door aankopen van terreinen karakteristieke Noord_Hollandse stukken natuur wil beschermen. De stichting wordt gesteund door 40.000 Noord_Hollanders. Ook u kunt zich aanmelden via telefoonnummer (0251)659696. In deze rubriek presenteert Frans Buissink, Noord_Hollander in hart en nieren de komende maande wat er zoals te zien en te beleven valt in.de 60 natuurgebieden die de stichting in beheer heeft.
=====
forten
Blauw walstro gedijt op wereld*
Natuurmonument
Natuurmonumenten viert dit jaar het eeuwfeest. Ter gelegenheid daarvan portretteert het Noordhollands Dagblad een aantal natuurmonumenten in onze provincie. Vandaag de vijfde en laatste aflevering: de Beemster forten.
? naam natuurmonument: Beemster forten aankoopdatum: 1991‑1994 oppervlakte: 20 hectare
Ze zijn van Natuurmonumenten. Het fort aan de Jisperweg, het fort aan de Middenweg, en het fort bij Spijkerboor. Het trio Beemster forten maakt deel uit van de stelling van Amsterdam, sinds 1996 een Unesco werelderfgoed. Voor de natuur zijn de betonnen kolossen belangrijke stapstenen.
De Beemster forten zijn gebouwd in de periode 1880‑1913. Ze waakten over de noordgrens van de stelling, die in totaal 42 forten telt. Het fort bij Spijkerboor, ten zuiden van de Rijp, was het grootste en modernste. Met een uniek draaibaar dubbelloops kanon (nog aanwezig) boven in de dikke pantserkoepel.
J. Rückert is gids op de Beemster forten. "Cultuur en natuur gaan hier samen. Dat spreekt me erg aan. Als ik er ben, zit ik altijd eerst even buiten. Genieten van de rust die als een warme jas over me heen valt." Flora en fauna hebben zich op de for‑' ten tamelijk ongestoord kunnen ontwikkelen. Mede dankzij de militaire status. Wat ook aan de natuurontwikkeling heeft bijgedragen was de Krin‑genwet. In een ruime cirkel rond de forten ‑het schootsveld moest vrij blij‑
ven‑ mocht niet worden gebouwd. Onbedoeld garandeerde de Kringen‑wet rust en ruimte rond de stelling.
Smoren
Op de Beemster forten groeien plantensoorten die aan zandgrond gebonden zijn en niet aan de klei van de omringende droogmakerij. Dat komt zo: de verdedigingswerken zijn bedekt met een dikke laag zand, afkomstig uit de duinen bij IJmuiden. Een bewuste keuze. Bij aanvallen op de forten zouden kogels en granaten in het duinzand beter smoren dan in de Beemster klei.
Met het zand kwamen zaden mee. En dus groeien er op de drogere en schralere delen van de forten nog altijd planten van het uit de duinen bekende zandblauwtjes verbond. "De zand‑
blauwtjes hebben er gezelschap van
onder andere zilverhaver, lathyrus‑
wikke, grasklokje, slangekruid, en ;
muurpeper", aldus Rückert. v.<
De vochtiger en wat voedselrijkere lagere delen bieden groeigelegenheid aan planten van de glanshaver associatie. "Uiteraard glanshaver, maar ook goudhaver, knoopkruid, brunel, grote ratelaar, glad walstro en wilde peen. De precieze samenstelling van het plantendek verschilt per fort." Aparte vermelding verdient het lieflijke en zeldzame blauw walstro, dat op het fort bij Spijkerboor groeit. Terwijl aan de noordzijde van de forten de grond onbebouwd moest blijven in verband met het open schoots‑veld, werden aan de zuidzijde bomen en struiken aangeplant om ze enigszins in het landschap te camoufleren. Verspreid over de stelling (lengte 132 kilometer) moest er heel wat groen aangeplant worden. Defensie had '; daarvoor een eigen boomkwekerij. In het geboomte bij de forten jubelt de zanglijster het hoogste lied. De spotvogel lust er eveneens wel pap van. Ook roofvogels zoals sperwers, torenvalken, en ransuilen maken graag gebruik van de bomen bij de forten, om er in alle rust hun prooien te plukken.
Gids Rückert gaat drukke tijden tegemoet. Komend winterseizoen wil hij doen wat nodig moet gebeuren: de natuur in de forten inventariseren. "Dat is in de Beemster forten nog niet gedaan. We weten dat er vleermuizen in overwinteren. Maar welke soorten is niet bekend. Ook overwinteren er grote aantallen dagvlinders." Op het water dobberen 's zomers gro‑
te aantallen ruiende wilde eenden, in de winterperiode voeren smienten de boventoon. Rückert somt nog een handvol bijzondere fortgrachtbezoe‑kers op: "Roerdompen, zomertalin‑gen, waterratten, pijlstaarten, en zaagbekken."
BERT DE JONG
==================================
binnenlandsbestuuronl 33
Wel plannen, geen geld voor Stelling Amsterdam
De provincie Noord‑Holland heeft ambitieuze plannen om de Stelling van Amsterdam nieuw leven in te blazen. Grootste knelpunt is het vinden van voldoende geld. Tot 2008 is dertig miljoen euro nodig waarvan de provincie zelfwaarschijnlijk negen miljoen euro betaalt.
ImBoer
e Stelling van Amsterdam is een ruim honderd jaar oude verdedigingsring rond de hoofdstad die in 1996 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO is geplaatst. De 135 km lange linie bestaat uit een stelsel van dijken en sluisjes waarmee polders onder water konden worden gezet om de vijand buiten te houden. Het meest opvallende onderdeel zijn de 42 forten die de toegangswegen naar Amsterdam moesten bewaken. Sommige zijn nu in bezit van natuurorganisaties, andere worden gebruikt als wijnkelder of oefenterrein voor de brandweer. Om de linie te behouden is het volgens de provincie nodig om nieuwe economische functies voor de verdedigingswerken te vinden. 'Anders knap je de zaak op en moetje over een aantal jaren opnieuw restaureren', vertelt gedeputeerde Rinske Kruisinga van Cultuur. Een ander voordeel van samenwerking met private partijen is dat de forten beter toegankelijk worden voor het publiek. Hoewel het programma voor de restauratie van het monument zich uitstrekt tot 2020 ligt het accent op de korte termijn (tot 2008). Gedacht wordt aan hetmrkhten van één of
en uitbreiden van bestaande fiets‑ en wandelroutes. Bovendien wil de provincie tenminste vijf forten en zes waterstaatkundige werken in samenwerking met andere partijen opknappen. Volgende week nemen Gedeputeerde Staten een definitief besluit over de plannen. Kruisinga erkent dat het niet zal meevallen om voor dit programma voldoende geld bij elkaar te krijgen. Tot 2008 is een kleine dertig miljoen euro nodig waarvan de provincie zelf bijna negen miljoen voor haar rekening neemt. De rest van het geld moet komen van andere overheden, natuurbeheerders en particulieren. Inmiddels zijn deze partijen op een start‑bijeenkomst in het provinciehuis uitgebreid ingelicht over de plannen. Concrete toezeggingen over financiële bijdragen zijn daarbij nog niet gedaan. 'Daarvoor is het nog te vroeg. Eerst moet het programma worden uitgewerkt in bilaterale afspraken', aldus Kruisinga. Dan zal ook worden gekeken welke nieuwe economische dragers wel en niet geschikt zullen zijn voor de verdedigingswerken. 'De Stelling is een stiltegebied dus je kunt niet alles op die plek realiseren. Een restaurant of kunstgalerie lijkt mij prima maar een discotheek met harde housemuziek kan weer niet.'
Bij het zoeken naar commerciële exploitanten is er nog een extra handicap: veel forten liggen in het buitengebied en zijn daardoor slecht bereikbaar voor bezoekers. De provincie zou er dan ook niet naar moeten streven om elk verdedigingswerk even goed toegankelijk te laten zijn, vindt Petra Ket van Vereniging Natuurmonumenten. 'Het accent ligt nu te veel op het ontwikkelen van nieuwe attracties. Aan de natuurfunctie van de linie wordt in de plannen weinig aandacht besteed.' Toch is de organisatie die met zeven verdedigingswerken de grootste fortenbeheerder van de Stelling is, overwegend positief over het gebiedsprogramma. Ket hoopt wel dat bij de uitvoering van alle projecten nauwer met andere partijen zal worden samengewerkt. Bij het opstellen van het gebiedsprogramma is de vereniging tot haar verdriet niet betrokken geweest.
Kunstfort
Wethouder Herman Tuning van Haarlemmermeer beschouwt het programma voor de Stelling als een goede aanvulling op zijn eigen plannen. 'De doelstelling en aanpak komen in grote lijnen met onze uitgangspunten overeen.' De gemeente is op dit moment druk bezig om van haar deel van de linie een recreatieve zone te maken. Zo is het fort bij Vijfhuizen onlangs met geld van de provincie opgeknapt en omgebouwd tot kunstzinnig centrum. Voor de andere verdedigingswerken op haar grondgebied zoekt Haarlemmermeer nog naar nieuwe economische dragers. 'Ik hoop dat daarbij de provincie ook financieel weer over de brug wil komen. Forten mogen best een commerciële functie krijgen maar ze moeten wel laagdrempelig büjven.'