In de kop van Overijssel, 15 km ten oosten van Emmeloord, nr. 2 op de kaart
Op een warme zomerdag heerst er in de havenkolk van Blokzijl een gezellige drukte. Pleziervaartuigen proberen een ligplaats te veroveren of vertrekken richting Friesland, de Wieden of het Zwarte Meer. 
Wie dit alles aanziet, zal toch nauwelijks kunnen geloven dat hij zich in een ‘dood’ stadje bevindt. 
Door de aanleg van de Noordoostpolder is boven­ dien al helemaal niet meer voor te stellen dat het een havenstadje aan open zee is geweest.
Het begon voor Blokzijl allemaal in de 14e eeuw. 
De veenontginning van het lage binnenland was in die tijd een belangrijk middel van bestaan. Voor het overgrote deel was de turf bestemd voor het aan de overzijde van de Zuiderzee gelegen Holland, met zijn talrijker bevolking. Het vervoer vanuit het achterland naar zee ging over de Steenwijker Aa.
Om de zee te kunnen keren, kwam er aan de mon­ ding van dit water een sluis. Al snel vestigden zich hier kooplieden en herbergiers, die brood zagen in de schuttende boten en de overslag van turf uit de kleine binnenscheepjes in zeewaardige schepen. In de 16e eeuw was de inmiddels Blokzijl (zijl = sluis) genoemde plaats uitgegroeid tot een nederzetting van betekenis. Uit een protocol uit 1490 blijkt, dat er toen al in Blokzijl een Groot-Schippersgilde bestond. De stadhouder Aremberg stimuleerde de inwoners van de plaats tot de aanleg van de haven­ kolk, die later een belangrijke impuls voor de ver­ dere ontwikkeling van Blokzijl bleek te zijn. Er ont­ stonden scheepstimmerwerven en er vestigden zich nog meer kooplieden en middenstanders.
Het verraad van Rennenberg, de noordelijke stadhouder die plotseling naar de Spanjaarden overliep, bleek voor Blokzijl onverwachte kanten te hebben. Toen deze namelijk het beleg voor Steen- wijk sloeg, na eerst al Delfzijl en Coevorden ver­ overd te hebben, zond de prins van Oranje de watergeus Diederik Sonoy met een ontzettingsleger over de Zuiderzee. Deze landde bij Blokzijl en bouwde de nederzetting uit tot een vesting, om vandaar uit Steenwijk te gaan ontzetten. De ver­ sterking van de plaats was de bevolking niet onwel­ kom. In die tijd was een plaats bij gevaren nog steeds grotendeels op zichzelf aangewezen. Door de toenemende rijkdom in Blokzijl begon de nederzet­ ting ook allerlei rondtrekkend gespuis aan te trek­ ken, zodat een wacht van soldaten (door Holland betaald!) een veilig gevoel gaf. Blokzijl was hiermee de enige vesting van de Staten van Holland in hetdoor borden aangegeven. De kenner hoort vogels en ziet planten, die elders in ons land reeds lang zijn verdwenen. Interessant is een bezoek aan het bezoekerscentrum ‘De Foeke’, aan het Beulakerpad bij St.-Jansklooster. Van 15 april—15 juni bestaat er gelegenheid de eendenkooien de Bakkerskooi bij Wanneperveen en de Grote Otterskooi bij Dwars- gracht te bezoeken.


"Be^ienswaardigbederL,
@ N.H.-Kerk, Brouwersstraat 11. Kruiskerk uit de 17e eeuw, die eerst in 1609 als zaalkerkje was ge­ bouwd, maar in 1630 van een ingebouwde toren werd voorzien en later in de eeuw verder werd uit­ gebouwd. Interieur met preekstoel uit 1663, doop­ hek, kronen en houten scheepsmodel van het 17e- eeuwse koopvaardij-oorlogsschip ‘De Zeven Pro­ vinciën’. In seizoen vrij toegankelijk. Monumentale huizen, o.a. aan © Bierkade, Kerkstraat, Brouwer- straat, © Domineeswal en Noorderkade. In hoofd­ zaak 17e- en 18e-eeuwse huizen met een Hollands aanzien. Wallen. Resten (vooral aan de westzijde) van de voormalige wallen van de zeshoekige ves­ ting, uit ca. 1700. Q> Hoogwaterkanon, aan de Ha- venkolk, vóór het vroegere gemeentehuis. Bij hoog water werden met dit kanon waarschuwingsscho­ ten voor de omgeving gelost; uit 1813.