de 21 Nationale landschapsparken zijn:

Schiermonnikoog

Lauwersmeer

Duinen van Texel

De Alde Feanen

Drentsche AA

Drents-Friese Wold

Dwingelderveld

Weerribben-Wieden

Nieuw Land

Zuid-Kennemerland

De Sallandse heuvelrug

De Hoge Veluwe

Veluwezoom

Utrechtse heuvelrug

De Biesbosch

Oosterschelde

De Loonse en Drunense duinen

De Maasduinen

Grenspark De Zoom- Kalmthoutse heide

De Groote Peel

De Meinweg

 

 

De eerste Nationale Parken In de eerste helft van de twintigste eeuw werden in Nederland op particulier initiatief de eerste twee 9 Nationale Parken ingesteld, in navolging van ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Dat waren de Nationaal Parken Veluwezoom (1930) en De Hoge Veluwe (1935). In 1950 richtten Rijk, de provincie Noord-Holland en enkele gemeenten op eigen initiatief het Nationaal Park De Kennemerduinen op (later opgenomen in Zuid-Kennemerland). Naar een Nationale Parkenbeleid In 1969 sloot Nederland zich vervolgens aan bij een initiatief van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) om natuurgebieden te beschermen, onder andere door Nationale Parken in te stellen. Naar aanleiding daarvan werd de Interdepartementale Commissie nationale parken en nationale landschapsparken ingesteld. In 1975 publiceerde die commissie de drie zogenaamde Groene Nota’s: de nota ‘Nationale parken’, de nota ‘Nationale landschapsparken’ en de nota ‘Relatie tussen landbouw en natuur- en landschapsbehoud’. De Interdepartementale Commissie adviseerde de Tweede Kamer destijds om een systeem van parken in te stellen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen twee typen: Nationale Parken en Nationale Landschapsparken. 2 De Nationale Parken waren gebieden die “primair in verband met hun natuurwaarde dienen te worden veiliggesteld en die geen (o.m. landbouwkundige) in cultuur en in exploitatie zijnde gebieden omvatten.” Nationale Landschapsparken waren gebieden die in ecologisch, landschappelijk of cultuurhistorisch opzicht belangrijk waren en “waarin ook landbouwgronden en woonkernen kunnen voorkomen.” Daarnaast was er verschil in omvang: de nationale parken moesten ten minste 1.000 hectare groot zijn, de Nationale Landschapsparken ten minste 10.000 hectare. Destijds wilde men specifieke beschermende (ruimtelijke ordening) maatregelen treffen voor die gebieden, waardoor de Landschapsparken op veel verzet uit de agrarische sector stuitten en uiteindelijk niet werden ingesteld. De intentie van het hierboven beschreven systeem van parken (Nationale Parken en Nationale Landschapsparken) dat de Interdepartementale Commissie voorstelde, was om in navolging van de IUCN “grote gebieden met een min of meer natuurlijk karakter tot in lengte van jaren veilig te stellen en daardoor bij te dragen aan de handhaving van een optimale verscheidenheid van natuur en landschap op nationale schaal”. 3 De definitie van Nationale Parken die de Interdepartementale Commissie formuleerde was gebaseerd op de IUCN-criteria en werd overgenomen in het rijksbeleid en in vereenvoudigde vorm opgenomen in het Structuurschema Groene Ruimte van 1993. 4 De aanwijzing van Nationale Parken In de periode 1982 – 1998 adviseerde de (onafhankelijke) Voorlopige Commissie Nationale Parken (VCPN) aan de minister5 over de aanwijzing van Nationale Parken. De VCNP baseerde zich daarbij op de begripsomschrijving van de Interdepartementale Commissie nationale parken en nationale landschapsparken (uit 1975). Als de VCNP een positief advies gaf over een gebied, dan stelde de minister een ‘Nationaal Park in oprichting’ in, dat vervolgens bij ministeriële regeling de officiële status ‘Nationaal Park’ kreeg. Tussen 1989 en 2006 werden er zo zeventien Nationale Parken aangewezen door de minister van LNV. Met de oude Nationale Parken Veluwezoom, Hoge Veluwe en Kennemerduinen (dat opging in Nationaal Park Zuid-Kennemerland) werd het totaal aantal Nationale Parken negentien. Daarnaast werd in 2001 een twintigste nationaal park aangewezen in een Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie: Grenspark Kalmthoutse Heide. In 2017 werden de criteria voor een Nationaal Park, zoals destijds (in 1975) in navolging van