Het cultuurreservaat de Hellenburg te Baarland
Topografische aanduiding 48H 50.20/381.10.
Ligging De resten van het voormalige kasteel Hellenburg bevinden zich ten westen van de bebouwde kom van het dorp Baarland op Zuid-Beveland.
De straat richting Oudelande, waaraan het kasteelterrein ligt heet dan ook terecht Hellenburgstraat.
Funderingen van het kasteel Hellenburg na een voorlopige consolidatie in 1969.
Geschiedenis Veel is er tot op heden niet bekend geworden van de bewoners en de geschiedenis van het kasteel. De Kroniek van Smallegange - dé informatiebron voor de Zeeuwse geschiedenis - toont ons alleen een gravure uit 1696 en zwijgt verder.
Uit een andere bron echter is het duidelijk dat de Hellenburg in bezit is geweest van het bekende Zeeuwse geslacht der Renesse's. Aleyd van Lichtenberg, die gehuwd was met Jan van Renesse, wordt omstreeks 1350 als vrouwe van Rijnauwen, Lichtenberg en de Hellenburg betiteld, hetgeen erop wijst dat ons kasteel reeds toen bestond.
Opmeting van de Hellenburg in 1694 door J. Hildernisse.
Van Frederik van Renesse en Elisabeth van Kruiningen is ook bekend dat ze de Hellenburg hebben bewoond nadat de bisschop hen uit Utrecht had verbannen. We leven dan inmiddels een eeuw later (circa 1450). Over de verdere bewoners en het einde van het slot verkeren we in het ongewisse. Verondersteld wordt dat de watersnood van 1477 een einde heeft gemaakt aan het bestaan van de vesting.
Als ruïne is het kasteel echter nog geruime tijd zichtbaar gebleven getuige de gravure uit 1696 en de opmeting in 1691 door een zekere Hildernisse.
Onderzoek/vondsten
Plattegrond van de in 1958 opgegraven funderingen van de Hellenburg.
Toen in 1958 een onderzoek werd ingesteld was het laatste zichtbare spoor van de burcht reeds lang verdwenen. Het kasteelterrein had echter de naam Hellenburg behouden en was ook overigens niet in de vergetelheid geraakt. Toen daarom in 1958 sprake was van herverkaveling in de omgeving van Baarland was tevens het moment van de schop aangebroken.
De leiding van het onderzoek berustte bij J. G. N. Renaud.
Hetgeen allereerst in de plattegrond van de Hellenburg opvalt is de aanwezigheid van een zware donjon of woontoren van 11 meter in het vierkant, waarbinnen een woonruimte van 7x7 meter beschikbaar was. Aan de zuidwestzijde van de toren wijst een kleine uitbouw op de aanwezigheid van een afvoerkoker. Omdat de opening van deze koker aan de zuidzijde is gelegen ligt het voor de hand hier ook de aanwezigheid van de voormalige bij deze woontoren behorende gracht te veronderstellen. Dat deze veronderstelling juist is blijkt ook uit het feit, dat de woontoren aan genoemde zijde aanzienlijk dieper was gefundeerd dan aan de west-, noord- of oostzijde. Van de bij deze eenzame toren behorende verdere aanleg werden geen sporen aangetroffen. De enige conclusie die eruit kan worden getrokken is dat, gelet op het steenformaat van 27-29 cm (lengte) x 13.5 cm (breedte) x 6,5 cm (dikte), de Hellenburg in het midden der 14de eeuw een aanmerkelijk eenvoudiger aanzien heeft gehad dan hetgeen later op deze plek nog zou verrijzen.
De gedachte gaat hierbij uit naar een omgracht kasteelterrein met de woontoren aan de zuidzijde tegen de gracht geplaatst en rondom mogelijk beschermd door een palissa-
259
Gravure van de Hellenburg in 1696 uit de Kroniek van Smallegange.

de. Zoals gezegd is hier slechts sprake van een eerste fase in de geschiedenis van het kasteel.
Rondom de woontoren werd een nieuwe burcht opgetrokken met drie ronde torens op de oostmuur, twee torens op de noordmuur en twee torens op de zuidmuur. De vierkante toren in het midden van de zuidmuur, die wordt gekenmerkt door twee latrines of privaten langs de buitenmuur, behoort overigens nog weer tot een latere fase van uitbreiding. Dit blijkt ook uit de fundering van de buitenmuur die oorspronkelijk, zo werd binnen genoemde toren geconstateerd, ononderbroken door liep. In hoeverre de reeds aanwezige donjon een rol speelde in de nieuwe uitleg is niet geheel duidelijk geworden. Het vermoeden rijst dat ten tijde van de bouw van de vierkante toren in de zuidmuur, de zuidmuur van de oude woontoren moest worden afgebroken om plaats te maken voor een tweetal woonruimten aan de zuidwest- (10x3 meter) en zuidoostzijde (8x5 meter). Het noordelijk gedeelte van de donjon kan in deze opzet - geleund tegen de nieuwe binnenmuur - behouden zijn gebleven.
Van de binnenmuren van genoemde woonruimten is op enkele muurresten na niets teruggevonden. Puin, dat na het uitgraven van de funderingen is achtergebleven wijst echter de weg.
Behalve van de reeds genoemde ruimten tegen de zuidmuur is er op het binnenplein geen spoor gevonden van een wat meer riante ruimte of grote zaal, die in het kasteel- gebeuren vaak een belangrijke rol speelde. Alleen de aanzet vanaf de noordmuur van een 3.50 meter lange muurrest in de richting van de oude woontoren wekt vermoedens over omvang en plaats van een dergelijke zaal.
Enkele andere vraagtekens roept de plattegrond nog op aan de noordoostzijde. Naast de toegang tot de hoofdburcht is hier sprake van twee kleine ruimten die respectievelijk als afvalput, gezien het vele hierin gevonden aardewerk, en regenwaterput worden betiteld. Het steenformaat waarvan deze ruimten zijn opgetrokken - lengte slechts 21-23 cm - en de fundering van de aangrenzende hoektoren wekken de indruk dat ook hier in de loop der tijd de situatie aan nieuwe behoeften is aangepast.
Problemen deden zich ook voor bij de verklaring van de sporen die zijn overgebleven van de voorburcht. De juiste
Overzicht van de funderingen der drie ronde torens op de oostmuur.

Detail van het paalwerk in de oostmuur nabij de noordoostelijke hoek.
begrenzing bleef onduidelijk. Wel wijzen muurdikte - 60 cm - en ondiepe fundering erop dat de militaire functie niet erg groot kan zijn geweest, zodat een agrarisch gebruik voor de hand ligt. De gevonden muurresten moeten tegen deze achtergrond dan ook als afkomstig van woon- en bedrijfsruimten worden verklaard. De juiste plaats en aard hiervan is, zoals de plattegrond ook laat zien, echter moeilijk vast te stellen.
Voorburcht en hoofdburcht waren blijkbaar onderling verbonden door een brug. Hiervan zijn enkele brugpalen en een bruggehoofd teruggevonden. De plaats der palen wijst erop dat de ingang zich naast de vierkante toren bevond en van hieruit kon worden beveiligd. Het bruggehoofd aan de zijde van de voorburcht bezat een trapje met drie treden dat mogelijk naar een spoelvlonder of iets dergelijks leidde.
Globaal restauratieplan (naar ontwerp van het architectenbureau B. Oele te Kapelle).
1. bestaande fundering
2. verdwenen fundering - aangegeven met veldkeien
3. gracht
261
De entree naar de voorburcht heeft bestaan uit een dam in de gracht waarop een poortgebouw diende voor het weren van ongewenste gasten. Van dit poortgebouw werden twee funderingen - tot ongeveer 9 meter buiten de voorburcht reikend - teruggevonden.
Uit het bovenstaande blijkt dat het ondanks de gaafheid van het teruggevonden muurwerk van de hoofdburcht toch moeilijk is zekerheid te verkrijgen over de bouwperioden, het uiterlijk en de inrichting van zowel hoofd- als voorburcht van de Hellenburg.
Plaatsbeschrijving De funderingen van de Hellenburg bevinden zich op slechts geringe afstand noordelijk van de weg Baarland-Oudelan- de even ten westen van het dorp Baarland. Het tussen de bouwlanden gelegen kasteelcomplex wacht op consolidering en op inrichting van het terrein als cultuurhistorisch reservaat.
Literatuur Renaud J. G. N., De Hellenburg, Bulletin van de Koninklijke Neder- landsche Oudheidkundige Bond, 6de serie, jg. 12, (1959) p. 51-66.
Monumenten in de naaste omgeving
Ten noordwesten van het dorp Ellewoutsdijk ligt aan de Trenteweg nabij de plaats van het verdwenen dorp Coudor- pe en vermoedelijk in de uitbreiding van het Sloe-industrie- gebied een vluchtberg/kasteelberg. Als gevolg van de kennelijke noodzaak zoveel mogelijk land onder de ploeg te krijgen is in het recente verleden elk jaar een stukje geschiedenis meegenomen met als gevolg dat het talud van de berg ernstig is beschadigd. De berg, die in oorsprong waarschijnlijk uit de 11de of 12de eeuw dateert en vermoedelijk in de 13de eeuw is opgehoogd om een primitief militair verdedigingswerk te dragen, is gespaard in de herverkaveling en ligt in het zogenaamde oudland, dit is het polderland dat tot de vroegst bedijkte gedeelten van Zeeland behoort (48G 43.70/381.12).
In de naaste omgeving bevinden zich nog vier vluchtbergen te weten:
ten noordwesten van 's-Gravenpolder (48H 50.46/386.92), langs de weg 's-Gravenpolder-Goes naast de boerderij 't Hof Blaemskinderen (48F 52.05/388.06), langs dezelfde weg ter hoogte van de kruising met de autoweg (48F 51.97/389.02), en in het dorp Nisse waar de vluchtberg vrijwel naast het om- grachte kasteelterrein van de Heren van Nisse ligt (48G 48.22/386.12).
Vergelijkbare monumenten elders
Zie 04 - het kasteel de Waardenborg te Holten.
Zie NH1 - het cultuurreservaat de Nuwendoren nabij Krabbendam.
Zie ZH2 - het Huis te Woude aan de Molendijk te Slikkerveer.