Maastricht, oud en toch jeugdig
Waar het nachtegaaltje zingt
In een razend tempo van minstens honderdtwintig kilometer da- verde de trein door Zuid-Limburg. We waren op weg naar Maas- tricht en passeerden de kolenmijn Maurits in Geleen. Tot voor kort telde dit enorme bedrijf niet minder dan 8000 man personeel. De laatste tijd echter hebben mijnwerkersfamilies, die al tientallenjaren hier het nachtegaaltje in het bronsgroen eikehout hadden horen zin- gen, deze streek moeten verlaten. Ze verhuisden naar elders, om in Eindhoven, Delfzijl of Arnhem een heel nieuw bestaan op te bou- wen. Je weet het: vanuit het noorden is het aardgas in opmars en de steenkool moest hiervoor het veld ruimen. Dit heeft een verschui- ving gegeven van arbeiders, kantoorpersoneel en middenstand. Een verschuiving die gelukkig niet dodelijk is, maar voor velen wel lastig.
Nieuwe industrieën moesten worden aangetrokken om Zuid-Lim- burg bewoonbaar te houden.
Toen we het station van Maastricht uitkwamen om de stad in te gaan, zagen we al meteen hoe gastvrij deze oude stad is. Onder de eenvoudige luifel boven de uitgang nestelden verschillenden zwalu- wen, die hun lemen nesten in- en uitvlogen om voedsel voor hun jon- gen te halen. In al die drukte van duizenden jachtende reizigers, gingen deze vogeltjes rustig hun gang.
Maastricht, oud en toch jeugdig
Toen ik nog een klein kind was, hadden straatlantaarns meestal nog gaslicht; iedere avond tegen dat het donker werd, liepen man- nen met lange stokken door de stad om, met een lichte handgreep,de gloeikousjes te laten opvlammen. Dat waren (met de ogen van van- daag bezien) de donkere middeleeuwen. Donker? ... och kom, de straten waren toen heerlijk verlicht, gas verspreidt een aangenaam, goudachtig schijnsel; het heeft ook iets romantisch, iets deftigs. Parijs heeft hier en daar op speciale punten waar het heel deftig of mooi moet zijn, nog gaslicht. Zou het daarom zijn dat Maastricht iets van
Het Pater- Vinktorentje te Maastricht. Deze monnik werd ervan beschuldigd in 1638 Maastricht aan de Spanjaarden verraden te hebben.
67
Parijs heeft? Iemand heeft eens gezegd: 'Schuif Maastricht tegen Parijs aan en geen Parijzenaar zal het merken.'
Ga in de avonduren eens wandelen op het Maastrichtse Vrijthof, dan zie je hoe dat beroemde plein, misschien wel het mooiste dat we
in Nederland hebben, als goud glanst in de avond. Dc torens van Sint-Servaas en Sint-Jan beheersen vanuit de hoogte dit plein. Bene-
den vinden we er andere heerlijkheden, zoals lokkende cafe-terra,-
sen, lindelanen en plechtige gevels. De Seine snijdt Parijs in twee
stukken; de Maas doet het in Maastricht. De stad is trouwens ont- staan bij een doorwaadbare plek in de rivier, juist waar de weg van
Keulen naar Tongeren de Maas kruiste. N u loopt er een prachtige Romaanse brug met veel bogen over de rivier. Die is natuurlijk
voor een zolevendige stad als Maastricht niet voldoende. Er ligt nog een brug, een derde wordt gebouwd en de gemeente moet nog lang zeuren om een vierde te krijgen. Heel het verkeer loopt vast in de
smalle straatjes, maar wanneer er in totaal vier bruggen zijn, kan er
een ringbaan om de stad worden gelegd.
De oudste plek van de stad moet dus wel bij die Romaanse brug liggen. En als we de smalle straaljes in de omgeving doorlopen,
twijfelt er geen mens meer aan dat het daar weI zeer oud is. Hoe oud?
Er zijn Romeinse badhuizen opgegraven, dus uit een ver verleden.
Maar die zijn nog heel j eugdig bij de vondsten die gedaan zijn in de
grotten van de Pietersberg en Cannerberg vlak bij Maastricht. Daar
zijn duidelijke sporen gevonden van miljoenen en miljoenen jaren
terug. Geglazuurde haaietanden, schelpen, zeesterren en een echte zeeegel, die allerwaarschijnlijkst tweehonderd miljoen jaren geleden werd geboren. Die berg moet eens de bodem van de zee zijn geweest.
In 1770 heeft iemand in Maastricht de geweldige kop van een ont-
zaglijk monster gevonden, dat de Maashagedis werd gedoopt en nu
in Parijs te bewonderen is. En als we blijven baggeren in de Maas,
komen er steeds meer souvenirs uit de oudheid naar boven.
De Maas wiegelt glimlachend als voor duizend jaren, de brug zwemt ernstig daardoorheen;
waar hij aan waf kliml fronsen zeer ervaren
huizen hun voorhoofd van leikleurig beell.
68
Wandelend door Maastricht wordt het wel duidelijk, dat van een rustig middeleeuws bestaan niet veel meer is overgebleven. Auto's van Belgen bevolken voor een groot deel het Vrijthof, dat van een mooi kalm plein sinds jaren tot een enorm parkeerterrein is uitge- groeid. Met grote tassen lopen de buitenlanders door de Maastricht- se binnenstad. O p straat geplaatste borden voor levensmiddelenza- ken vermelden - de prijs in Belgische franken of Duitse marken er- bij - waar ze op uit zijn: boter, kaas, koffie. Maar kom, veel Neder- landers zullen op hun beurt gaan kopen in België of Duitsland, zo- dat de balans ongeveer in evenwicht zal zijn.
Het valt niet te ontkennen, dat het hart van Maastricht een kerk is; een kerk die best in Frankrijk of Noord-Italië had kunnen staan, maar nauwelijks in Nederland. Trouwens, we hoeven er heus geen geheim van te maken dat de sfeer in Maastricht meer die van België of Frankrijk benadert dan die van Holland. Mensen die van boven de rivieren naar Maastricht verhuizen, zullen ook altijd nog 'Hol- landers' genoemd worden. Hiermee willen we niet zeggen, dat de Maastrichtenaren zich niet bij Nederland thuis zouden voelen. Wis en waarachtig wel! Nederland zou dit unieke stuk Limburg nooit willen missen. Het vult ons noorden aan met een eigen stijl en leef- gewoonte.
Tien of meer eeuwen geleden werd het oudste deel van de Lieve- Vrouwekerk opgetrokken uit ruwe blokken kolenzandsteen, uit een groeve langs de Maas. Doet de gevel je niet aan een vesting denken?
De strakke en zware westingang is een stuk burcht met twee torens.
Een beeldhouwer - of misschien de schenker van deze kerk - gaf haar een dubbele kolommengalerij rondom het Romaanse koor. Op de kapitelen zijn de aartsvader Abraham en ook Bileam op zijn ezel gebeiteld. Deze kerk heeft eeuwenlang het leven meegeleefd van haar gelovigen. Zo kwamen de Maastrichtse wevers hun lakens me- ten aan de maat die in de kerkvloer geschreven stond.
In de tijd van de Franse overheersing stonden op diezelfde vloer de paarden gestald van de soldaten. Grote heiligen hebben hier ge- preekt, vooral in de kruisvaarderstijd, en van hieruit wordt nog jaar- lijks het prachtige beeldje van 'Maria, Sterre der zee' in een grote
69
vesting was meer dan bedroevend; de gemiddelde leeftijd was veer- tigjaar; dan had men afgedaan en kwam de dood. Toch zijn er wei
mannen geweest, die zo goed mogelijk probeerden de afschuwe!ijke toestanden te verbeteren. De eigenaren van de aardewerkfabrieken,
de familie Regout, werden van de ene kant uitgemaakt voor moor-
denaars, die de arbeiders verbitterden en tot armoe brachten; van
de andere kant staat vast dat Pierre Regout met de arbeiders mee-
voe!de en deed wat hij doen kon om enige verlichting in de ellendige
toestand te brengen. Terwijl overal in het buitenland nog de nachtar- beid heerste, was hij de eerste in zijn omgeving die het nachtwerk af- schafte. Hij streed tegen het drankmisbruik, liet betere woningen bouwen voor een vijftigtal gezinnen en werkte mee aan de kinderwet, die tot doe! had de kinderen uit de gore fabrieken verwijderd te houden.
Van dit aUes is nu niet vee! meer terug te vinden. Maastricht is een
stad die zich aan het vernieuwen is. Grote, moderne wijken met prachtige scholen zijn verrezen. De industrie is gemoderniseerd en
aangepast, terwijl toch niet alles maar louter machinewerk is.
Ook de echte ambachtsman komt aan zijn trekken, want de boet- seerder en de kunstenaar werken aan pullen en patten die een eigen
versiering behoeven.
De Maastrichtenaar leeft plezierig in zijn stad. Ga eens kijken met
carnaval. Nooit zulje zovee!lachende en zwierende mensen zien als
daar. Dat is te begrijpen, want waarom zouden ze daar zuur kijken of onvriendelijk? Dezelfde dichter die we hierboven aanhaalden, ziet zelfs in de huizenbouw van Maastricht een leuke noot:
Maar streng geschaard rondom de basiliek staan and're huizen innig uitgelaten als jonge dames klaar voor gymnastiek, de wangen blozend vanfondanten kleuren. (Guillaume van der Graft)
bron: Op reis door Nederl cultuur
https://www.reisroutes.be/thema/maastricht/
Maastricht
Weekend 10/11 september Religieus erfgoed 043-3504550, www.wvmaastricht.nl El VW, Kleine Staat 1, Maastricht
In Maastricht hebben veel monumenten een religieuze bestemming gehad. Er worden wandelingen in de binnenstad gehouden langs de vroegere stadskerk hoven, de synagoge, pastoriegebou- wen, kanunnikenhuizen, weeshuizen, hofjes van liefdadigheid en devotieka pellen. Ook wordt aandacht geschon ken aan het hergebruik van religieuze gebouwen, zoals het onlangs gerestau reerde Kruisherenklooster, de Dominica nenkerk en de Sint-Lambertuskerk. In het weekend van 10 en 11 september vindt tevens het culturele festival Het Parcours in Maastricht plaats en in veel opengestelde monumenten worden
dan concerten of theaterproducties gehouden.
Maastricht Underground,
Grotten Noord, Luikerweg 71,
Maastricht
thijse
r Jacobus Pieter Thijsse, roepnaam Ko, was tien jaar ouder dan Van Tienhoven. Hij werd in 1865 in Maastricht geboren als zoon van een ser- geant in het
Heer (Maastricht). Burcht met sporen
van een I 3de-eeuwse woontoren.
Limmef (Maastricht). Kasteel Bethlehem
wordt genoemd in de tweede helft van de 13de eeuw.
Tochtjes
John jansen van Galen
('s-Graveland, Vereniging
Natuurmonumenten, 2003)
110 p., Hl. ISBN 9050186106
Prijs: € 11,25 (niet-leden)
Een bundeling van heel persoon lijke
verhalen, met relevante informatie,
over uitstappen in diverse natuurgebieden,
beginnend in het Noorden, eindigend
door het jekerdal en over de
stadswallen van Maastricht.
Informatie:
www.natuurmonumenten.nl
Websites
www.natuurcompendium.nl
Bereikbaar via de site RIVM.nl, hierop
zijn het Milieu- en het Natuurcompendium
samengevoegd (
Het is inderdaad opvallend. In ons land leven alleen in Maastricht muurhagedissen. Het is een populatie van enkele honderden dieren die groeit dankzij herstelmaatregelenén klimaatverandering. Alsje op waarneming.nl kijkt, zieje dat de muurhagedis ook elders in Nederland wordt gezien, tot in Noord- Groningen. Die
Wandeling van de maand: Groene Wissel Maastricht
De wandeltip voor januari is er een in het diepe Zuiden. Het is een route van 9 kilometer over de stadswallen van Maastricht, langs de Jeker, de Hoge Fronten en de Sint Servaasbasiliek. naar de wandelroute
DE APOSTELHOEVE
IN HET KORT
LIGGING
In het Jekerdal, ten zuiden van Maastricht
IN HET KORT
LIGGING
Aan de IJssel, 15 km ten noordoosten van Arnhem
OPPERVLAKTE
8 ha
COÖRDINATEN
50.82974 NB, 5.66434 OL
OPPERVLAKTE
2 ha
Apeldoorn
Zutphen
O Valkenburg
In eerste instantie teelde de familie Hulst fruit, maar in 1970 herintroduceerde Hugo Hulst de wijnstok. Het was een daad met grote gevolgen.
De oudste en bekendste wijngaard van ons land, de Apostelhoeve, was hiermee geboren.
Hun Riesling, Auxerrois, Müller-Thurgau en Pinot Gris staan op de wijnkaart van menig toprestaurant. De wijnen vinden hun weg door heel Nederland en ook naar Duitsland en naar Frankrijk.'Het zijn frisse wijnen met een uitbundig boeket en aromatische smaak', zegt de familie. Trommel kennissen, vrienden en buren op voor een rondleiding met proeverij (minimaal twaalf personen). Schrijf je in via een formulier op de website.
Informatie & tips
Bezoeken Susserweg 201,6213 NE, 043 3432264, wijnverkoop ma-za 9.00-17.00 uur, www.apostelhoeve.nl Extra Er zijn prachtige wandelingen te maken in het mergelland rond de Apostelhoeve en de Sint-Pietersberg. Een klim zo nu en dan levert weergaloze vergezichten op. Er liggen meer wijngaarden in de buurt.
Of klimmen en wijnproeven goed samengaan, zal moeten blijken.
De Apostelhoeve is de oudste wijngaard van Nederland
------------
PLAATS[ Maastricht
PROVINCIE[ Limburg
GEBOUW_ONDERWERP[
JAARTAL[
GEGEVENS[
I
De historische ontwikkeling van Maastricht
Maastricht is naar het oordeel van velen n van de mooiste steden van Nederland. De stad dankt deze waardering uiteraard voor een groot deel aan de erfenis uit een rijk verleden, dat zich nog steeds in vele vormen in het tegenwoordige stadsbeeld manifesteert. Tal van monumenten markeren de straten en pleinen van de binnenstad, waarvan de plattegrond nog altijd zichtbaar bepaald wordt door
(Maastrichts functie als vestingstad in de 17e en 18e
(eeuw.
De oorsprong van de stad ligt evenwel veel verder terug in de geschiedenis. Zij dankt haar ontstaan immers aan de Romeinen, die op het strategisch
| belangrijke kruispunt van de rivier de Maas met de
J heirbaan van Keulen naar de Franse kust een brug sloegen en een militaire versterking bouwden. Een uiterst belangrijke gebeurtenis voor de ontwikkeling van de jonge nederzetting was de overbrenging van de bisschogszetel van Tongeren naar Maastricht door St. Servatus in~h~Tjaar 380. Varr_met minder belang was Maastrichts centraleJigging in het rijk van de Merovingers en Karolingers. De betekenis van de stad in de middeleeuwen is hoofdzakelijk te danken aan haar economische bedrijvigheid, aan haar handelsfunctie, die zich uitstrekte over een goed deel van Europa. Door deze
\
V
Op de Thermen
economische bloei genspireerd, schreef Henric van Veldeke _ Nederlands eerste dichter _ rond het jaar 1180 in zijn St. Servaas_legende:
'Des steyt die stat te maten
Aen eynre ghemeynre straten
Van Inghelant in Ongheren
Voer Colne ende voer Tongheren;
Ende alsoe dies ghelyck
Van Sassen in Vrancryk
Ende mi scepe die des pleghen
Te Denemerken ende te Norweghen.
Die weghe versamenen sich alle dae.'
De materile welvaart oefende een zodanig stimulerende invloed uit op het kunstambacht, dat Maastricht het centrum werd_van_een Maaslandse kunstbeoefening. Maastrichts ambachtelijke werkzaamheid lag voornamelijk in de lakennijverheid, die in de 12e_en_13e eeuw tot grote ontwikkeling kwam en tot 1579 de belangrijkste pijler van de stedelijke huishouding vormde.
In het jaar 1204^ verwierf de hertog van Brabant Maastricht in leen, terwijl de bisschop van Luik zijn oude rechten op de stad behield. Hier vangt de onverdeelde twee_herigheid_aan, die tot 1794 gehandhaafd zal blijven.
Van het recht, door de hertog van Brabant aan de burgers verleend om de stad te versterken, maakten de Maastrichtenaren graag gebruik. Zo ontstond in de 13e eeuw een stadsomwalling, die in de daaropvolgende eeuwen werd aangepast bij de toenemende
10
behoefte aan uitbreiding van het stedelijk gebied. Door haar strategisch importante ligging onderging de stad vele belegeringen, waarvan die uit 1579 Maastrichts toekomst over een lange periode zou bepalen. De inname van de stad door de Spanjaarden in genoemd jaar maakte immers niet alleen een einde aan de stedelijke soevereiniteit, maar werd ook de oorzaak van het verval van de lakennijverheid.
Met de verovering van de stad door Frederik Hendrik in 1632__kwam weliswaar een einde aan het Spaanse bewind, maar ontstond geen opleving van de stedelijke economie, aangezien voor Maastricht in het politieke bestel van de Republiek slechts_en_ militaire functie_;was weggelegd. Een gordel van verdedigingswerken werd aangelegd, die tot het jaar 1868, toen Maastricht ophield vestingstad te zijn, de uitbreiding van het woon_ en werkgebied ernstig in de weg stonden. Met de komst van de
rlp .stad hag_r ttypp_Viprig 7\j hnnfHstarl van het Departement van de Nedermaas, gaat haar betekenis als religieus middelpunt verloren en moet zij vele kostbare jna___ nuscripten_en kunstschatten afstaan aan de bezetters.
In 1815 wordt Maastricht een deel van het Verenigd Koninkrijk onder Willem I en hoofdstad van de provincie Limburg. Hier opent zich het perspectief op een economisch herstel, dat echter verloren gaat, wanneer de afscheiding van Belgi in het jaar 1839 Maastricht in een gesoleerde positie brengt. De oorsprong van Maastrichts huidige economische
11
1
betekenis ligt in de stichting van gjas^_en aardewerkfabrieken in het jaar 1833 door Petnis Regout. Alhoewel deze vroege industrialisatie leidde tot sociale wantoestanden, die slechts met moeite in de loop van de tijd konden worden opgeheven, schiep zij een klimaat, dat bijzonder geschikt zou blijken te zijn voor een verdere uitbouw van Maastrichts industrile functie. Van ouds gewend over de grenzen heen te zien, heeft de burgerij haar voordeel weten te trekken uit de snelle ontwikkeling van het verkeer en van het internationale streven naar eenheid.
Het tegenwoordige ruimtelijke formaat van de Maastrichtse agglomeratie gaat ver uit boven dat van de vroegere vestingstad. De stedelijke uitbreiding in de 20e eeuw dateert hoofdzakelijk uit de periode na de tweede wereldoorlog. Ook thans nog ligt het zwaartepunt van de stad op de westelijke Maasoever, waar de nieuwe woongebieden reiken tot aan de Belgische grens. Ondanks deze wijzigingen in de proporties behield Maastricht het aantrekkelijke karakter van een historische stad, die zich in de rij van de Nederlandse steden onderscheidt door een uitgesproken internationale sfeer.
I _
12
II
Een wandeling door de oude stad
Onze wandeling (*) vangt aan in het oostelijk deel van de stad Maastricht, dat Wyck heet en in de middeleeuwen als bruggehoofd van de op de westelijke Maasoever gelegen stad fungeerde. In het verloop van de Wilhelminasingel lag de vroegere omwalling met gracht.
En van de oudste straten is de Hoogbrugstraat, verkeersader, die aansloot op de middeleeuwse Duitse Poort. Tal van monumentale woningen in 17e en 18e eeuwse stijl flankeren deze straat. Van zeer bijzondere schoonheid zijn de panden: 'In den Keersseboom', nr. 11, met een pilastergevel uit 1752, waarvan het bijzondere is, dat de koetspoort zich in het midden bevindt; nr. 36 (Lod. XVI); nr. 37 (17e eeuws St. Gillishospitaal) en nr. 72 (Lod. XVI), terwijl nr. 43 (1) een_refugie__( = vluchthuis) was van het klooster van Meerssen, gebouwd in 1690 in laat_renaissancestijl; het achterhuis dateert blijkens laat_gothische accoladeboogjes uit de 16e eeuw. Alvorens de Rechtstraal in te slaan, gaan we nog even rechtdoor tot aan het Waterpoortje (2) aan
*) De route van deze wandeling is aangegeven op het kaartje, dat op pag. 6 en 7 van deze gids is afgedrukt. De nummers, in de tekst vermeld achter de belangrijkste monumenten, corresponderen met die, welke op het kaartje zijn aangegeven.
13
de rivier de Maas, vanwaar we een fraai zicht hebben op het oude_ stadsbeeld. Hier moet de eerste middeleeuwse houten brug gelegen hebben, die later "om strategisehe_redeffTrirrnordelijke richting werd verlegd. In de Rechtstraat vinden we vrijwel huis aan huis historische geveld. In het bijzonder noemen we nr. 69: 'De gouden leeuw', met grote koetspoort, gebouwd in zuiver Maaslandse renaissancestijl, en de nrs. 54_56 op de hoek van de Wycker Smeden_straat.
We komen nu uit op de Wycker Brugstraat, ontstaan tengevolge van een doorbraak in de vorige eeuw, een rechtstreekse verbinding tussen het westelijke stadsdeel en het station. Alvorens links af te slaan zoudt u nog even door kunnen lopen naar de neo_gothische St. Martinuskerk (3), gebouwd naar een ontwerp van Dr. P. Cuypers en in 1858 in gebruik genomen. In deze kerk bevinden zich het 14e_geuwse miraculeuze zwarte^ kruisbeeld en de fraaie koperen_^g^vjom%inI482vervaardigd door Johannes van Venlo.
Thans begeven wij ons naar de middeleeuwse St. Servaasbrug. Deze fraaie romaanse bogenbrug ontleent haar naam aan het feit, dat ze tot 1646 eigendom was van het St. Servatiuskapittel. Nadat de bovengenoemde houten brug in 1275 tijdens een processie was ingestort, is zij tussen 1281 en 1298 in steen vernieuwd en in 1683 hersteld door de Dominicaner broeder Franciscus Romanus. De brug telde oorspronkelijk negen bogen. Hiervan is er ten behoeve van de aanleg van het inmiddels gedempte kanaal naar Luik aan de Maastrichter zijde n af_
14
gebroken, terwijl een tweede boog en een ellips_vormige verbindingsboog aan de Wycker zijde ten offer vielen aan de Maaskanalisatie. Genoemde el_lipsvormige boog dateerde overigens eerst uit het begin van de 19e eeuw en werd gebouwd ter vervanging van een houten constructie met poortgebouw. Dit houten bouwwerk was een overblijfsel uit de tijd, dat men moest trachten binnengetrokken vijandelijke troepen de pas af te snijden. Dat deze verdedigingsmethode ook fataal kon zijn voor de eigen bevolking, is gebleken in 1579, toen voor Spanjaarden vluchtende Maastrichtenaren ter plaatse bij honderden in de Maas zijn verdronken. Het zal wel duidelijk zijn, dat de St. Servaasbrug als de meest noordelijk gelegen Maasoeververbinding in de geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld. Vanaf de brug zien we uit naar het stedelijke silhouet met de vele torens en hoge daken. Helaas werden de gekanteelde walmuren afgebroken en ontbreken een aantal torens van in latere tijden gesloopte kerkgebouwen.
In het eigenlijke Maastricht aangekomen, slaan we onmiddellijk links af achter een vrijstaande groep gerestaureerde huizen. En ervan vertoont nog een fragment van een verdedigingstoren uit de middeleeuwse omwalling. Via een pleintje met een beeld, dat de 'Maastrichtse geest' verzinnenbeeldt, komen we in het oudste deel van de stad, het voormalige Romeinse castellum. We lopen de smalle Stokstraat in, die zeer rijk is aan monumentale panden uit de 17e en 18e eeuw. Deze straat behoort tot een gebied, dat in de 19e eeuw zodanig in verval was geraakt,
4
15
dat sanering noodzakelijk werd. Het gerehabiliteerde Stokstraatgebied geniet een internationale faam en maakt door de aanwezigheid van de vele winkels een levend deel uit van de city. Tijdens de restau_ratie_werkzaamheden werden de resten bloodgelegd van een Romeins badhuis en van een Romeinse muur met torens.
Halverwege de Stokstraat kruisen we de Eksterstraat, welke aansloot op de in de Romeinse tijd aangelegde Maasbrug. Het puin hiervan ligt onder een dam op de bodem van de rivier. Het bevat belangrijk beeldhouwwerk, waarvan de fragmenten worden bewaard in het Bonnefantenmuseum. Aan het einde van de Stokstraat staat aan de rechterzijde een voormalig militair wachtgebouwtje, niet ver van de plaats, waar zich een stadspoort bevond. Naar het zuiden is de stadsmuur nog intact. Merkwaardig is de daarop gebouwde via een brede trap bereikbare rij huizen. Ook de walmuur in de noordelijke richting was met woningen bezet. De hiervr gelegen kade heet Het Bat, een naam die we ook in Luik tegenkomen. Hier lag de aanlegplaats voor de vrachtvaart.
Aan de Graanmarkt heeft men tijdens de restauratie van het Stokstraat_kwartier terwille van de sfeer het 17e eeuwse caf 'La bonne femme' gehandhaafd, ook al camoufleert dit gebouwtje ten dele de koorpartij van de O.L. Vrouwe_basiliek (4). Dit oudste monument van Maastricht, gelegen in een hoek van het oude castellum, gaat in zijn geschiedenis vermoedelijk terug tot een Romeinse tempel. In de periode, toen Maastricht bisschopsstad was (380_722), stond
\
.1"
Gevelfragment in de Stokstraat.
17
op de plaats van het huidige kerkgebouw de verdwenen episcopale kerk. Door welke oorzaak deze kerk verdween is niet bekend. De tegenwoordige westbouw, het oudste deel van de basiliek, dateert van vr het jaar 1000 en heeft de vorm van een burcht. Mede door de gebezigde ruige kolenzandsteen heeft deze westbouw een streekeigen karakter (vgl. St. Servaaskerk). Het bo_vengedeelte in mergel met laat_romaanse motieven dateert evenals het kerkschip uit de jaren 1170_1190. Als voorbeeld heeft de abdijkerk van Kloosterrade (Rolduc) bij Kerkrade gediend. We vinden dezelfde dwarse tongewelven met de afwisselend zware en lichte pijlers. Van bijzondere schoonheid is het koor met de prachtige halfronde absis en haar in twee verdiepingen opgetrokken omgang. De rijk gebeeldhouwde kapitelen zijn beroemd. Onder de kruising bevindt zich de ruime oostelijke krocht, die uit twee gedeelten bestaat. Het oostelijke gedeelte bevat de pijlers, die de zuilen op het koor dragen. Deze crypte werd in 1018 ingezegend door Balderik III, bisschop van Luik. In de westbouw bevindt zich eveneens een krocht. Ze bestaat uit drie langwerpige traveen. De zaal op de tweede verdieping, toegankelijk langs brede trappen, deed vermoedelijk dienst als vergaderzaal voor het kapittel en het zendgerecht. Tot het kerkmeubilair behoren de doopvont van de Maastrichtse geelgieter Aert van Tricht (ca. 1500), een preekstoel in Lodewijk XlV_stijl en het fameuze orgel, geplaatst in een kast met geschilderde vleugels uit 1652. Opmerkelijke beelden zijn: De Nood
19
O. L. Vrouwe_basiliek met wachtgebouw.
Gods (ca. 1400), O. L. Vrouw met de inktkoker (laat 15e eeuws), St. Anna te Drien (vroeg 16e eeuws), toegeschreven aan Jan van Steffenswert, alsmede een Christoffel met kind, eveneens toegeschreven aan deze kunstenaar. Verder verwijzen we naar een fraai St. Barbarabeeld en een groep van de H. Drievuldigheid (begin 18e eeuw). Opmerkelijk zijn tenslotte de schilderingen op een tweetal pijlers, voorstellende de H. Catharina van Alexandri (15e eeuw) en St. Christoffel (1571). De schatkamer bevat onder meer kostbare reliekhouders, ivoren kunstwerken en geweven stof, waaronder het 'Le_vietenkleed' van St. Lambertus (ca. 709). Het portaal aan de linkerzijde van de westbouw dateert uit de 12e en de 14e eeuw. Het geeft niet alleen toegang tot de basiliek, maar ook tot de 'Kapel van Mrode', waarin sedert ca. 1837 het miraculeuze beeld van de 'Sterre der Zee' staat opgesteld. Het beeld is afkomstig van het voormalige Francis_canenklooster aan de St. Pieterstraat en getuigt van een bijzondere verfijning. De gelaatstrekken van de Moeder Gods zijn zeer innemend en het Jezus_kindje is levensecht uitgebeeld. Mogelijk hebben we hier te doen met Boheems werk uit de eerste helft van de 15e eeuw. De triptiek van het altaar is in de neo_gothische stijl kunstzinnig gesneden. In het portaal schenken we voorts aandacht aan de in de muren aangebrachte beeldhouwwerken. Het zijn de 'Zegevierende Christus' (ca. 1175) en de 'Eed op de relieken' (zelfde tijd). We zien hier de keizer, die, zoals wordt aangenomen, de prins_bisschop van Luik beleent.
j"
20
J
Tenslotte bereiken we via de kapel de prachtige laat_gothische kruisgang, volgens de jaartallen in enkele traceringen gebouwd in 1558/9. Hierin zijn verder gemodelleerd de wapens van Luik (perroen), Maastricht (ster) en de keizer (dubbele adelaar). Wij worden hier eraan herinnerd, dat de O. L. Vrouwe_kerk in de middeleeuwen een kapittelkerk is geworden en dat haar parochile functie overging naar de in 1342 gebouwde St. Nicolaaskerk, welke het O. L. Vrouweplein _ vroeger kerkhof _ aan de noordzijde afsloot. Een bezoek aan de Pandhof is zeker de moeite waard.
Van de O. L. Vrouwe_basiliek begeven we ons naar de Koestraat, die enkele fraaie gevels bezit (nrs. 14, 16 en 20). We komen nu aan bij de prachtige Bis_schopsmolen (5) in Lodewijk XV_stijl, een watermolen op het riviertje de Jeker met een heel oude geschiedenis. Het bouwwerk dankt zijn naam aan het feit, dat Godfried van Bouillon, de aanvoerder van de eerste kruistocht, de molen in 1096 verkocht aan de bisschop van Luik.
We volgen nu de schilderachtige Ridder straat, zo genoemd naar het monumentale huis 'De Ridder', gebouwd over de Jeker. Het is een pand uit het midden van de 17e eeuw met een gezwenkte topgevel, een zeldzaamheid in Maastricht. Langs 'Achter de Oude Minderbroeders' en de St. Bernardusstraat, vroeger Heistraat geheten, komen we uit bij de enige overgebleven middeleeuwse stadspoort, de Heipoort (6). Dit stoere in kolenzandsteen opgetrokken gebouw is de oudste poort van Nederland. Het maakt deel uit van de eerste stadsommuring van 1229, wel_
21
1
ke, zoals we reeds zagen, nog gedeeltelijk intact is. Ten westen van de Heipoort hebben na 1229 verschillende partile stadsuitbreidingen plaats gehad, die aanpassing van de ommuring noodzakelijk maakten. Zo maakt het Pater Vink_torentje (7) deel uit van een uitbreiding in 1300, terwijl het z.g. Pesthuis (8) staat op een muurfragment uit 1400. Dit gebouw (muurankers 1775) ontleent zijn naam aan het ernaast gelegen geamoveerde stadspesthuis en bevatte in feite een papiermolen. Het Pater Vink_torentje is genoemd naar een Franciscaner pater, die beschuldigd werd van het in 1638 ontdekte verraad ten gunste van de Spanjaarden. De hoofden van de ter dood veroordeelde medeplichtigen werden op pieken gestoken en tentoongesteld op een bastion, dat sedertdien 'De vijf Koppen' wordt genoemd. In de muur tussen dit bastion en_het bolwerk 'Haet ende Nijt' met laat_gothische driepasfries werd in 1880 een poort aangebracht, genaamd 'Poort Waarachtig'. Een wandelingetje over de omwalling is aan te bevelen. Wij bereiken nu n der fraaiste en meest romantische plekjes van de stad, waar het voormalige Feilzusterskloostertje (9) aan de Begijnenstraat en het voormalige Minderbroedersklooster (thans Rijksarchief) (10) aan de St. Pieterstraat domineren. De Feilzusters bouwden hun kloostertje in 1647 in Maaslandse renaissancestijl. De dwarsvleugel met kapel is verdwenen.
De Minderbroeders of Franciscanen vestigden zich reeds in 1234 te Maastricht. In 1300 begonnen zij aan de St. Pietersstraat de bouw van de kerk, die
23
De Heipoort, Nederlands oudste stadspoort.
. t
" t
rond het jaar 1400 gereed kwam. Als gevolg van de bezetting van de stad door de Staatsen in 1578 en het 'grouwelick verraet' van 1638 moesten de Minderbroeders en de Jezueten de stad twee maal verlaten en werden de kloostergebouwen gedeeltelijk verwoest. Eerstgenoemden hebben hun klooster nooit terruggekregen en waren gedwongen in 1669 een nieuw klooster te bouwen elders in de stad. Na de St. Bartholomeuskerk te Meerssen is deze Francis_canenkerk met haar Noordfranse stelsel van steun_beren en luchtbogen wel de mooiste hoog_gotische kerk van de gehele Maasgouw. Het interieur heeft een statige architectuur. De Kerk wordt gedekt door kruisribgewelven, terwijl de zuilen voorzien zijn van voor de streek kenmerkende Maaskapitelen (bladmotief). Achter de kloostergebouwen, op het einde van de 19e eeuw gerestaureerd door Dr. P. Cuypers, ligt de zeer ruime pandhof.
Tegenover dit klooster bevindt zich de Waalse kerk (11). De rechthoekige toren wordt bekroond door een spits met koepeltje. Het meubilair vertoont de Lodewijk XIV_ en Lodewijk XV_stijl. In deze kerk werd in de woelige dagen van de Franse Republiek de 'Godin van de Rede' vereerd. Iets verder bereiken we het Lange Grachtje met een gedeelte van de eerste stadsmuur en een uitgebouwde halfronde muurtoren. Hierna keren we terug naar de St. Pieterstraat, waar we, via een poortje, de Leeuwenmolen (17e eeuw) bezichtigen. Aan de Nieuwenhofstraat treffen we restanten aan van de tweede stadsommuring, die van ca. 1350 dateert en een stadsoppervlakte omsloot, driemaal
24
1
zo groot als bij de eerste ommuring. Zij onderscheidt zich van de eerste omwalling onder meer door op regelmatige afstanden geplaatste torens. Tegenover de Zwingelput is een poortje in de muur aangebracht, dat leidt naar een houten bruggetje over de Jeker, die hier als stadsgracht fungeerde. Men heeft dit poortje bij de bouw aan moeten brengen om te voorkomen, dat de Nieuwenhof, welke binnen de muur kwam te liggen, werd afgesneden van het moederklooster de Aldenhof (thans dierenpark). De gedenksteen boven het poortje herinnert aan een invasie van wilde zwijnen in de strenge winter van 1947.
We beklimmen nu de muur en volgen deze tot boven de waterpoort De Reek (12), waar de noordelijke tak van de Jeker de stad binnen stroomt. Daarna dalen we af naar de binnen de muur gelegen voormalige watermolen De Reek in de Heksenhoek en staan dan voor het Conservatorium. Hier stond voorheen de molen van Dolk, die ongeveer dezelfde proporties had. Architect van het moderne gebouw is Ir. P. H. Dingemans.
We houden rechts aan en bereiken het De Bosquet_plein. Rechts hiervan ligt de Nieuwenhof (13), eens een begijnhof. Het is in oorsprong een laat_gothisch kloostertje met kapel, waarvan de bouw in 1489 begonnen werd. Alleen het koor van de schilderachtig gelegen kapel dateert echter nog uit die tijd. Een tweetal grafstenen uit 1286 en 1294 met gegra_veerder figuren doet vermoeden, dat er reeds vr 1489 een kerkje heeft gestaan. De overige gebouwen dateren in hoofdzaak uit de 17e eeuw. Uit die eeuw
25
dateert ook de preekstoel. Eij fraaie voordeuromlijsting is uitgevoerd in de Lodewijk XV_stijl. In de linkerhoek van het De Bosquetplein treffen we nog een kloostergebouw aan, voorheen bewoond door de Grauwzusters, sedert 1920 Natuurhistorisch museum (14). Het gebouw dateert uit het begin van de 17e eeuw en is versierd met speklagen en gezwenkte topgevels. De Grauwzusters kwamen naar Maastricht om zieken en krankzinnigen te verplegen. Zij breidden het gebouwtje uit met een vleugel, die opvalt door zijn steil lessenaarsdak, en met een eenvoudige kapel. Het huidige museum is vooral van belang wegens de interessante collectie fossielen uit het Zuidlimburgse mergelland en de wereldberoemde mierencollectie van Pater Wasmann. We begeven ons nu naar de Grote Looiersstraat, een voormalige gracht, thans een overkluisde arm van het riviertje de Jeker. Via een met hardsteen omlijste deur, bekroond door een relif en een tijdvers (1715), treden we binnen in het St. Martinushofje (15). De huisjes van dit begijnenhof zijn onlangs gerestaureerd, doch zonder herstel van de kruisvensters.
Door haar sfeervolle bebouwing behoort de Grote Looiersstraat tot de meest karakteristieke straten van Maastricht. Het meest opvallende gebouw is het voormalige Armenhuis (16) met brede gevel, welke de bocht in de straat volgt. Het werd gesticht in 1755. Fraai is de met rococo_ornament versierde deuromslijsting. Aardige accenten in het straatbeeld vormen de beeldengroep rond de dialectschrijver Olterdissen aan de zijde van het De Bosquetplein
27
Het Pater Vinktorentje.
l
en 'Levensvreugde' aan de andere zijde. Hier zijn we het reeds besproken Lange Grachtje langs de Ie omwalling genaderd.
Slaan we nu linksaf (Achter de Molens), dan staan wij vr een 17e eeuws muurhuis en het Kleine Grachtje, waar nog een stuk van de oudste stadsmuur gespaard bleef. Via de rustieke Verwerhoek, waar we de Jeker oversteken, komen we in de Len_culenstraat. Op nr. 34 bewonderen we n van de schaarse Maastrichtse monumentale topgevels, een lust om naar te kijken. Aan deze straat ligt ook de officile ingangspartij van de Zetel van het Provinciale Bestuur, een schepping van rijksbouwmeester Ir. G. C. Bremer. Schuin ertegenover, op nr. 33, een interessant complex gebouwen, daterend uit 1690 en oorspronkelijk huisvesting biedend aan een gereformeerd weeshuis.
We zijn nu de plaats genaderd, waar vroeger de Lenculenpoort in de ommuring van 1229 heeft gestaan. In de Bouillonstraat bezichtigen we het pleintje met het voormalige militaire wachthuisje, waarin thans het IJkkantoor (17) is ondergebracht. Het monumentale gebouwtje dateert van ca. 1770. Tegenover de voorgevel van het zogenaamde Gouvernement (Provinciaal Bestuur) liggen de monumentale panden nrs. 8 en 10, daterend uit de 17e eeuw. De vroegere koetspoort is vervangen door een fraaie voordeur met omlijsting in Lodewijk XV_stijl. Het gebouw verleent thans onderdak aan de Prov. Planologische Dienst.
Teruggekeerd in de Tongersestraat, slaan we linksaf naar de Ezelmarkt. Aan de linkerzijde een hoek_
Voormalig weeshuis met fragment van eerste stadsmuur.
29
partij van de Ie stadsmuur met waterpoort voor de noordelijke tak van de Jeker en aan de rechterzijde het Bonnefantenmuseum (18), provinciaal museum voor kunst en oudheden, dat gevestigd is in het voormalige klooster der zusters van het H. Graf of Sepulchrijnen. Deze zusters stonden bekend als 'Bons Enfants'. Het gerenommeerde eethuisje, dat ernaast is gelegen, voert dezelfde naam. Het klooster is in 1626 gebouwd op de plaats, waar eens de schepenbank stond van het graafschap van de Vroenhof. Tussen 1686 en 1710 volgde de bouw van de kerk in klassicistische stijl met een pilastergevel en een fronton, waarin een gebeeldhouwd relif is aangebracht, dat de Verrijzenis van Christus voorstelt. Bouwmeester was Gilles Doyen. Een bezoek aan het museum is zeer aan te bevelen. Men vindt er voorwerpen en getuigenissen van geschiedenis en kunst uit alle tijdperken. Ook het bisschoppelijk museum is er ondergebracht. We bevinden ons thans in het hart van het Maastrichtse 'quartier latin', een klein stadsgebied, waar tal van hogere onderwijsinstituten op het gebied van de kunsten zijn gevestigd, zoals het Conservatorium en de Jan van Eyck_academie. Laatstgenoemde instelling is gehuisvest in een door architect F. P. J. Peutz ontworpen gebouw. Hebt u nog even tijd, dan loopt u de Bonnefantenstraat in. Hier treft u de fraaie 17e eeuwse woning 'Het huis op de Jeker' (19) aan, dat gebouwd is over het water en voorzien is van 2 trapgevels. We keren nu terug naar de Tongersestraat en bereiken via de Minderbroeders_berg het Paleis van Justitie (20), geflankeerd door
31
I
Het Bonnefantenmuseum.
fragmenten van de 13e eeuwse stadsmuur. In dit uit 1699 daterende gebouw vestigden zich de Minderbroeders of Franciscanen, nadat zij het klooster aan de St. Pieterstraat hadden moeten verlaten. In 1798 raakten de paters ook dit klooster kwijt. Zij versaagden echter niet en een eindje verder aan de Tongersestraat vindt u waar hun derde Maastrichtse klooster was gevestigd, achter een poort in de stijl van de barok. (21)
Nog iets verder aan de overzijde ontwaren we links de prachtige poort, die toegang verschaft tot het kerkpleintje vr de voormalige neo_gothische Je_zuetenkerk. Het bijbehorende kloostergebouw is een moderne schepping van Ir. A. Swinkels. Aan het einde van de Tongersestraat stond vroeger de Tongerse Poort. Het voormalige militaire wachthuis met breed dakoverstek is nog aanwezig. Hier eindigt tevens de lange aaneengesloten stadsmuur, die we bij De Reek verlaten hebben. Vermeldenswaard is, dat deze muur iets ten zuiden van genoemd wachthuis geheel uit mergel en niet uit lagen bak_ en mergelsteen is samengesteld. De oorzaak hiervan is, dat de Fransen in 1673 een bres in de muur schoten en dat de Zonnekoning, Lodewijk XIV, zich triomfantelijk de stad liet binnendragen. Tijdens dit beleg sneuvelde d'Artagnan, n van de drie Musketiers, die in de historische roman van Alexander Dumas een tijdeloze gestalte verkregen. Aan de overzijde van het Tongerseplein, in het Al_denhofpark, treffen we nog resten aan van een verdedigingswerk uit de 17e eeuw. Ter hoogte van de voormalige Jezutenkerk gaan we de Abtstraat in.
32
.*?
. t
Aan de linkerzijde liggen enkele schilderachtige woningen met tussendorpelvensters. Op nr. 10 treffen we een huis aan met een sluitsteen en een bordes, dat voorzien is van een smeedijzeren hek in Rgencestijl. De westwand van deze straat wordt verder geheel in beslag genomen door de verpleeginrichting Calvarinberg. In dit uitgestrekte complex bevindt zich nog het 17e eeuwse klooster, gesticht door Elisabeth Strouven. De hierbij behorende kapel uit 1710 is zichtbaar vanuit de Calvariestraat. Aan de voet van de torens van de St. Servaaskerk, die men hier in het perspectief heeft, tekent zich het 16e eeuwse vierkante witte torentje af van het voormalige vluchthuis van de abdij van Herckenrode (22). Abdis Barbara van Hinnisdael heeft in de zuidelijke tuinmuur haar wapenschild met kromstaf laten aanbrengen met jaartal 1645. We naderen thans het voormalige Kruisherenkloos_ter (23) aan de Kruisherengang, het enige geheel gaaf bewaarde oude klooster in de stad. Het is gebouwd in mergelsteen en omvat ook een kerk, waarvan het koor, dat tussen 1440 en 1459 tot stand kwam, veel gelijkenis vertoont met dat van de St. Janskerk aan het Vrijthof. De bouwmeesters hiervan waren Petrus Toom en Johannes van Haren. Eerst in 1501 werd met de bouw van het kerkschip een aanvang gemaakt. De netgewelven zijn van nog jongere datum en werden waarschijnlijk eerst geconstrueerd bij het herstel van de in 1579 opgelopen belegeringsschade. Het koorgewelf is versierd met schilderwerk van Meester Gerardus uit 1461. Een grondige restauratie van dit complex had plaats in
33
1905. Het valt te betreuren, dat de jongere bebouwing aan het Kommelplein niet in harmonie is gebracht met het dominerende kerkgebouw. Langs de Kruisherengang bereiken we de Brusselsestraat. We bevinden ons dan dichtbij 'De Beyart' (24), het klooster van de Broeders der Onbevlekte Ontvangenis. Op het voorplein treffen we de schilderachtige rune aan van de tussen 1479 en 1510 gebouwde kapel van een klooster voor leden van de Derde Orde van St. Franciscus. Een zuster van Karel V was hier kloosterzuster. De kapel werd vernield tijdens het beleg door de Fransen in 1794. Vanuit de Brusselsestraat is op nr. 60 het voormalige Cellebroedersklooster bereikbaar, waarvan slechts de kapel behouden bleef. Deze dateert uit dezelfde tijd als het verwoeste kapelgebouw van de Beyart en het Kruisherenklooster. Bijzonder fraai zijn de laat_gothische netgewelven, waarvan de ribben rusten op muurcolonnetjes, die bekroond worden door gebeeldhouwde kapiteeltjes. In de gewelfvelden werden bij de restauratie oude schilderingen blootgelegd. Zeer opmerkelijk is de tegen de noordgevel aangebrachte gang met verdieping in overkragend houten vakwerk. De vensters van deze gang vertonen gedrukte en geprofileerde bogen. Bijzondere aandacht verdient verder het fraaie patricirshuis Brusselsestraat 77, dat van 1731_1771 refugie was van het St. Gerlachusstift te Houthem en later bewoond werd door Jhr. Victor de Stuers, de vader van de Nederlandse monumentenzorg. We dalen thans de Brusselsestraat af en staan nog een ogenblik stil bij het pand Grote Gracht nr. 92,
34
."o?
< f
een voormalige patricirswoning. Ze werd gebouwd door de graaf van Tilly, die in 1718 gouverneur van Maastricht werd. De vorstelijke ingangspoort is vrijwel geheel van Naamse steen. Op de binnenplaats kunnen we het restant van een fontein bewonderen, waarvan het relif de figuren van Nep_tunus en Amphitrite voorstelt. Alvorens het oudste stadsgedeelte opnieuw binnen te gaan bezichtigen we het pand Grote Gracht 82, waarvan de monumentale gevel in Lodewijk XVI_stijl is ontworpen door architect Mathias Soiron. Via de Tweebergenpoort, een straat, waarvan de naam herinnert aan een oude stadspoort in de eerste omwalling, komen we op het Keizer Karelplein. Aan onze rechterhand ligt de ingang tot de zogenaamde lange gang van de St. Servaaskerk (25), Maastrichts belangrijkste monument. Wat er nog over is van de door de Maastrichtse bisschoppen Monulphus en Gondulphus rond het jaar 560 gebouwde 'magnum templum' staat niet vast. Vast staat echter wel, dat rond 950 op deze plaats een driebeukige pijlerbasiliek gebouwd werd, welke in de lle eeuw werd uitgebreid. De plattegrond toont aan, dat de oorsprong van deze basiliek ligt in het voorromaanse tijdvak. Duidelijk kenmerkend voor de bouwstijl in het cultuurgebied van het oude Maasland is de massieve westbouw, die vermoedelijk in drie phasen werd uitgevoerd. In deze westbouw ligt de beroemde ro_maanse Keizerzaal, zo geheten naar de Keizerlijke rechtspraak, die er werd gepleegd. De gang, die de westbouw met de aan de overzijde
35
van het St. Servaasklooster gelegen proosdij verbond, bevindt zich in het robuuste bouwsel, dat deze straat als het ware halveert. Merkwaardig is het feit, dat deze westbouw toegewijd was aan de 'heilige' Karel de Grote. Deze keizer was in 1165 met toestemming van de tegenpaus Paschalis III, in tegenwoordigheid van Keizer Frederik Barbarossa, te Aken heilig verklaard. Nadat de keizer in 1177 vrede gesloten had met de legale paus Alexander III, schijnt deze verering langzaam te zijn verdwenen. Achterin de kerk staat nog een meer dan levensgroot beeld van Karel de Grote. De oostelijke absis met dwerggalerij en de beide koortorens dateren uit de 12e eeuw. U mag zeker niet verzuimen de voormalige hoofdingang der kerk te gaan zien, die nu toegang geeft tot de oostelijke kloostergang en wordt bekroond door een romaans tympaan van uitzonderlijke schoonheid met als voorstelling de 'Majestas Domini'. De kloostergang, toegankelijk vanaf het Keizer Ka_relplein, met aansluitende kapittelzaal in gothische stijl _ thans schatkamer _ dateert uit de 15e eeuw. In deze eeuw zijn ook de zijkapellen gebouwd. Het vroeg_gothische Bergportaal aan het Henric van Veldekeplein is helaas afgesloten door hekwerk. Dit voor Nederland beslist unieke portaal met zijn indrukwekkend beeldhouwwerk is waarschijnlijk gebouwd ter gelegenheid van het in deze kerk voltrokken huwelijk van Keizer Otto IV met Maria van Brabant in 1214. Boven de deur zijn afgebeeld het sterven, de opstanding en kroning van Maria met daaromheen de familie van de H. Anna met als
37
Het interieur van de St. Servaaskerk.
. f
laatste legendarische afstammeling bisschop St. Ser_vatius. De beelden in groot formaat stellen figuren voor uit het Oude en Nieuwe Testament. Enerzijds Abraham, Mozes, koning David en Johannes, anderzijds Simeon (foutief gerestaureerd tot Mariafiguur), Johannes de Doper, Johannes de Evangelist en St. Servaas.
Het kerkinterieur wordt ontsierd door de neo_go_thische beschildering uit de vorige eeuw. Hoe het geheel in waarde zou kunnen winnen toont het oostkoor, dat onlangs werd gerestaureerd en waarbij 16e eeuwse gewelfschilderingen werden blootgelegd. Het laat_gothische netgewelf vervangt de oorspronkelijk vlakke houten zoldering en steunt op schalken. In het westkoor vallen behalve de kapitelen met hun rijke decoratieve en figurale beeldhouwwerk verder op de romaanse, door zuiltjes gedragen, altaarmensa. Zij dateert, evenals het achter het beeld van Karel de Grote staande retabel, van omstreeks het jaar 1170.
Verspreid in de kerk vindt men verschillende graf_gedenktekenen, waaronder in het noorderdwars_pand dat voor graaf Herman Fred. van Bergh (t 1669) en zijn vrouw Walburgis van Lwenstein Rochefort. De hoog opgaande monumenten werden in 1732 vervaardigd door D.G. Bayer uit Namen. De 'Sedes Sapientiae' in Maaslandse stijl uit ca. 1300 verdient alle aandacht.
Afkomstig uit de 14e eeuw is het beeld van St. Servatius, geplaatst tegen de vieringspijler (kruising van het middenschip met de dwarsbeuk) aan de linkerzijde. Het beeld van St. Lambertus aan de
\
38
rechterzijde dateert uit de 19e eeuw. Andere beelden, die bewondering vragen, zijn een St. Barbara (Gelders eind 15e eeuws), een St. Anna_te_Drien van ca. 1500 (Nederrijns?), een kruisbeeld, en niet te vergeten een St. Petrus, opgesteld nabij de noordwestelijke ingang, uit de 2e helft van de 15e eeuw (Bourgondisch?).
Tenslotte kan niet onvermeld blijven, dat het pronkstuk van de St. Servaaskerk, het uit 1160 daterende reliekschrijn, de zogenaamde Noodkist, sedert de restauratie door G. Brom te Utrecht, is geplaatst in de crypte vr de grafkelder van St. Servaas en Karel van Lotharingen. Het schrijn is uitgevoerd in eikenhout, doch met verguld koper bekleed en rijk versierd met gedreven figuren en relifs, email_ en filigraanwerk, alsmede met stukken kristal, die als edelstenen zijn verwerkt. Op de korte zijden zijn afgebeeld St. Servaas tussen twee engelen en de tronende Christus. Op de lange zijden zijn de apostelen in beeld gebracht. Op het deksel is in medaillons het Laatste Oordeel weergegeven. De betiteling Noodkist is ontleend aan het oude gebruik haar in tijden van gevaar in processie door de stad te dragen. De crypte in de viering is een laat_19e eeuwse herbouw van de in 1812 gesloopte oorspronkelijke crypte. De aansluitende crypte bevat onder meer een aantal merovingisch_frankische sarcophagen. Tot aan de opheffing van het kapittel hebben hier de relieken gerust van de H.H. Monulphus, Gondul_phus, Candidus en Valentinus. De vroeg_middel_eeuwse stenen reliekenkist van beide eerstgenoemde heiligen bevindt zich in het koor.
39
i
Men mag deze kerk niet verlaten zonder een bezoek gebracht te hebben aan de schatkamer in de voormalige kapittelzaal. Hier vindt men onder meer het door Alexander Farnese van Parma geschonken borstbeeld van St. Servaas, de sleutel van deze bisschop, alsmede zijn borstkruis, pelgrims_ en bisschopsstaf. Verder bevinden er zich talrijke reliekenhouders van goud en zilver, kunstwerken uit ivoor en vele kostbare paramenten. Op het Henric van Veldekeplein bevinden we ons in het centrum van Maastrichts tweede oude kern, het gebied van het Vrije Rijkskapittel van St. Servaas. Het is een genot om hier te toeven aan de voet van de machtige torens van de St. Servaaskerk en de ernaast gelegen St. Janskerk (26). Aan dit pleintje staan nog enkele monumentale woonhuizen van de vroegere kapittelheren. De fraaiste woning is wel het pand no. 29 in rococo of Lodewijk XV_stijl, met zijvleugels uit een jongere periode. De woningen aan de westzijde grenzen met hun tuinen aan de stadsmuur van 1229.
De St. Janskerk werd gebouwd in verschillende tijdvakken. Ze wordt reeds genoemd in de 12e eeuw. Het in de sobere Nederlandse gothiek gebouwde koor dateert van ca. 1450. In merkwaardige tegenstelling hiermede staat de in 1475 herbouwde toren. Dit 70 m hoge bouwwerk vertoont een zeer rijke behandeling en versiering en wordt daarom steeds in n adem genoemd met de torens van Utrecht, Amersfoort en Rhenen uit diezelfde periode. De kerk is door het Kapittel van St. Servaas gebouwd om te dienen als parochiekerk. Sedert de inname
De St. Janskerk, gezien vanaf het Henric v. Veldekeplein.
van de stad door Frederik Hendrik in 1632 is ze in gebruik bij de Ned. Hervormde Gemeente. Voor wat het interieur betreft zijn van belang de 12 kraagstenen in het koor, voorstellende de apostelen, de doopkapel met gebeeldhouwde kraagstenen en een groot aantal grafmonumenten. Van grote waarde is vooral het monument van vrouwe Ga_beliaeu_de Grijse uit 1685 met gebeeldhouwde kwartierwapens en ridderemblemen. De preekstoel vertoont de Lodewijk XVI_stijl. Op een zuil in de Z.O._hoek van de kerk werd een schildering uit de 15e eeuw met de voorstelling van Christus blootgelegd. De zuilen, die de middenbeuk van de kerk dragen, worden bekroond door kapitelen, die typerend zijn voor het Maasland. We verlaten thans het gebied van het voormalige Vrije Rijkskapittel en dalen af naar het onvolprezen Vrijthof. Dit ruime stadsplein dankt zijn roem in de eerste plaats aan het luisterrijke gezicht op het machtige complex kerkgebouwen, dat we zojuist bezochten. Een ander deel van zijn faam kan worden toegeschreven aan de vele sfeervolle caf_terrassen, trekpleisters voor inwoner en vreemdeling. De St. Servaasfontein in de Z.W._hoek van het Vrijthof is een schepping van beeldhouwer Charles Vos (1934). De Hoofdwacht met een galerij van zeven bogen aan de westwand van het plein dateert van 1736. Aan de zuidwand ligt het Spaans gouvernement (27), een gebouw waarvan de architectuur uit verschillende tijdvakken dateert. De vensters van de eerste verdieping zijn versierd met de wapens van Karel V en Philips II. Deze gothische, geprofileerde
*.<?
42
!
omlijstingen en traceringen vormen de enige restanten van de oorspronkelijke voorgevel uit 1545. Dit in tegenstelling tot de gevel aan de hofzijde, waar we onder gothische vensters een in latere tijd gesloten zuilengalerij aantreffen, alsmede fragmenten van de ingangspoort in de vroeg_renaisancestijl. Karel V en Philips II namen hier hun intrek, wanneer ze de stad met een bezoek vereerden. In dit gebouw moet Parma de vogelvrijverklaring van prins Willem van Oranje getekend hebben (1581). Een deel van het pand werd gesloopt bij de bouw van de Nederlandse Bank op de hoek van de St. Jacobstraat.
We slaan thans de Bredestraat in. Hier kunnen we opnieuw genieten van een aantal monumentale panden, al dan niet met koetspoorten, voornamelijk uit de 18e eeuw. Het pand nr. 17 (Lod. XV) was eigendom van de graven van Reckheim, terwijl op nr. 26/28 het geboortehuis ligt van Henriette gravin d'Oultrement, de tweede gemalin van de Nederlandse koning Willem I.
Op de kruising met de Minckelersstraat staat de in mergel gebouwde Stadsschouwburg (28). Maastrichts eerste kerkgebouw in de barok_stijl, behoorde tot 1773 aan de Jezueten. Bouwmeester was Petrus Huyssens uit Brugge. Een gedeelte van hun kloostergebouw, onder meer een fraaie traptoren, is 'Achter de Comedie' te zien.
We vervolgen onze weg door de Minckelersstraat waar zich op nr. 3 het geboortehuis bevindt van prof. Minckelers, de uitvinder van het lichtgas. Zijn standbeeld staat op de Markt.
43
Via 'Achter het Vleeshuis' bereiken we het St. Amors_plein. Naast oude gevels staan nuchtere bouwsels uit de 19e en 20e eeuw. Midden op het pleintje staat een oude zuil, bekroond door een modern beeldje van St. Amor.
In de Platielstraat valt op nr. 9, het fraaie in 1700 gebouwde koetshuis, behorende bij het pand Brede_straat 26/28, dat nog grotendeels een 17e eeuws karakter draagt.
We komen thans weer op het Vrythof en slaan nu rechts af. Op de N.O._hoek van het plein herinnert een perroen in moderne stijl aan het gezag, dat Luik tot aan de Franse revolutie in Maastricht had. De noordwand van het plein wordt gedomineerd door een voormalige patricirswoning (nrs. 47_49). In de jaren 1830_1839, toen Maastricht een Hollandse enclave in Belgisch gebied was, werd het bewoond door de opperbevelhebber van de vesting luitenant_generaal baron Dibbets. Het werd gebouwd in het begin van de 19e eeuw op de plaats, waar eens Maastrichts oudste klooster, dat der Witte Vrouwen, stond. Het klooster der Witte Vrouwen werd in de 7e eeuw gesticht door bisschop Johannes Agnes en komt ter sprake in het middeleeuwse mysteriespel: 'Marieke van Nimwegen'. De paus had Marieke ijzeren ringen aangelegd, waarmede zij 'eene cluse, bi de Witte Wiven tot Maestricht' boete moest doen, totdat deze ringen van haar handen vielen.
Aan het begin van de Helmstraat staat een kerkgebouw (29), waar tot 1795 de Dominicanen zetelden, een orde die vermoedelijk reeds in 1250 in
\
44
:
Maastricht gevestigd was. De zuiver gothische kerk is in 1294 gewijd. Opmerkelijk zijn de noordkapel uit ca. 1350 en de O.L. Vrouwekapel aan de zuidzijde (midden 15e eeuw). De zuilen vertonen Maas_kapitelen van Naamse steen, terwijl boven de scheibogen een reeks nissen liggen, die voorzien zijn van sluitstenen met figuraal beeldhouwwerk. Van de kloostergebouwen resteert een fragment met fraaie gezwenkte topgevel.
Aan de Grote Gracht, die bijzonder rijk is aan monumentale gevels, vraagt onze bijzondere aandacht het pand nr. 18, het monumentale in Lodewijk XV_stijl gebouwde wijnkopershuis uit 1740. Aan wie over voldoende tijd beschikt raden wij aan even links af te slaan en de Grote Gracht te volgen tot aan de Capucijnenstraat. Vanuit deze straat bereiken we dan de Capucijnengang, een straatje, dat zijn pittoreske allure ontleent aan de fraaie 17e eeuwse kapel (30) van het voormalige klooster van de Capucijnen. Van de paters, die zich op de ziekenverpleging toelegden, kwamen tijdens een pestepidemie in 1623 de meesten om. De Grote Gracht geeft toegang tot de Markt, welk plein gedomineerd wordt door het imposante Stad_buis (31), een zuiver 'Hollandse schepping en een hoogtepunt van de Nederlandse burgerlijke bouwkunst in de barok. Architect was Pieter Post. Het werd gebouwd tussen 1659 en 1665. Langs een dubbele trap betreden we de grote centrale hal, waaromheen, op de beide verdiepingen, alle ruimten zijn gegroepeerd. Ondanks deze groepering rond een centrum was het bouwwerk gecon_
45
J
cipieerd voor een gebruik in twee helften, dit in verband met de tweeherigheid van de stad. Links zetelden de Luikse schepenen en functionarissen, rechts hadden de Brabantse en Staatse heren hun plaats.
De stoffering van het gebouw in de loop van de eeuwen is van zodanige waarde, dat een rondgang beslist is aan te raden. Een van de mooiste vertrekken is de zogenaamde Prinsekamer, waar de vertegenwoordigers of 'commissarissen_deciseurs' van de prins_bisschop van Luik met hun Staatse collegae vergaderden. Men bewondere het rijke stucplafond van Vasalli, de schouw met het schilderij van Th. van der Schuer en de prachtige wandtapijten van Frans van der Borght uit Brussel (1738). De N.O. hoekkamer heeft een plafondschildering van de Limburgse kunstenaar Ch. Eyck en een rijke schouw. De Brabantse Z.O. hoekkamer, thans burgemeesterskamer, heeft een geschilderd goudleren behang met Japanse motieven en een schoorsteen met hoge rood_marmeren zuilen. Ook dit plafond is van Vasali. De ernaast gelegen kamer, waar de gemeente_secretaris zijn bureau heeft, is bekleed met tapijten uit het atelier Coppens te Delft. Aan deze zijde van het gebouw bevindt zich ook de kamer, waar de wanden bedekt zijn met merkwaardig stucwerk, gemerkt: Gagini 1789. Vanaf het bordes hebben we een prachtig uitzicht op de westwand van de Markt en de door het standbeeld van Minckelers gedeeltelijk gemaskeerde Boschstraat. Van zeldzaam monumentale waarde zijn vooral de nrs. 14, 18 (Lod. XVI) en 20 (Lod.
47
Het Stadhuis op de Markt.
I
XV). Zij vallen op door hun rijke details. In de Z.W. hoek van het Marktplein worden we geboeid door een fontein, bekroond door de levensgrote afbeelding van een 'Mooswief' (groentevrouw), een geschenk van de marktkooplui en vervaardigd door Charles Vos.
Aan de Boschstraat bezichtigen we de St. Mathias_kerk (32). Zij werd gebouwd na de uitbreiding van de stad in de 13e eeuw en fungeerde als de derde parochiekerk binnen de stadsmuren. Het waren in hoofdzaak de lakenwevers, die haar bouw bekostigden. Doordat zij ligt opgesloten tussen bouwsels, is vanaf de straatzijde alleen de toren zichtbaar. Deze is vermoedelijk betrokken geweest bij een belangrijke verbouwing in de 2e helft der 15e eeuw. Aan deze verbouwing moet haar laat_go_tisch karakter worden toegeschreven. Op n van de kraagstenen met engelfiguren in de noordbeuk treffen we het wapen aan van bisschop Jan van Horne (1486_1506). De preekstoel is in Lodewijk XlV_stijl. De kerk is enkele bijzonder fraaie beelden uit ca. 1500 rijk. Het was de pastoor van deze kerk, die in 1564 gastvrijheid verleende aan kardinaal Granvelle, toen deze staatsman door het verzet der edelen in Brussel gedwongen werd beschutting te zoeken.
We keren terug naar de Markt en slaan links af naar de Kleine Gracht. Ook hier zijn de huizen gebouwd tegen de eerste stadsmuur, welke het Marktplein oorspronkelijk diagonaal doorsneed in de richting van de Grote Gracht. Tussen de vele fraaie gevels excelleert vooral nr. 31 met een voor Maas_
f
V
De St. Mathias_kerk aan de Boschstraat.
49
tricht unieke pilaster_ en halsgevel, voorzien van zwenkingen, en met een sierlijk poortje, dat toegang geeft tot een binnenplaatsje.
De Kleine Gracht mondt uit op de van Hasseltkade. Dat ook hier patricirs woonden, blijkt bijvoorbeeld uit de aanwezigheid van het monumentale woonhuis nr. 20, gebouwd in Lodewijk XVI_stijl. Het bevat een vestibule met door kolommen gedragen koepel. Pand nr. 23 is een typisch 17e eeuws bouwwerkje met lage 6_licht vensters (1641). Tussen de Wilhelminabrug en de St. Servaasbrug staat de voormalige Augustijnenkerk (33), n van de twee Maastrichtse kerken in de stijl van de barok. Het is een specimen uit de vroege barok, want de inwijding vond plaats in het jaar 1661. Van de kloosterbebouwing resteert nog slechs het deel aan de Mariastraat. De gevel van het kerkgebouw is uitgevoerd in baksteen met overvloedige toepassing van mergel voor de twee pilasterstellingen, voluutafdekkingen, festoenen, vensteromlijstingen en beeldhouwwerk. In de top is een relif aangebracht met als voorstelling een vlammend hart. Daaronder bevindt zich het wapen van graaf Hendrik Huyn van Geleen, ter herinnering aan diens belangrijke financile steun. In het interieur schenken we aandacht aan het houten tongewelf. De koorwand vertoont een stucversiering in rococo_stijl, de verheerlijking van Maria voorstellend. Iets vr de St. Servaasbrug bereiken we de smalle Jodenstraat. Op nr. 12 treffen we, blijkens een versiering met posthoorns, het vroegere station van de paardenpost aan. Vooral de koetspoort is bijzonder
51
Het 'plein' in het stadhuis.
sierlijk van constructie. Links een pand met brede gevel, hardstenen omlijstingen en een koetspoort. Aan het einde van het straatje rijst een gebouw omhoog, waarvan de zijgevel in houten vakwerk is opgetrokken. Dit is het Dinghuis (34), waarvan de monumentale voorgevel staat op het kruispunt van de Grote Staat en Kleine Staat, twee van Maastrichts belangrijkste winkelstraten. Het Dinghuis diende als gerechtshof voor schout en schepenen. Het heeft met zijn hoge zadeldak nog een uitgesproken laat_middeleeuws karakter (15e eeuw). De in Naamse steen gebouwde voorgevel dateert eerst uit de 16e eeuw en vertoont vanwege de gebeeldhouwde boogvullingen boven de vensters overeenkomst met het Spaans Gouvernement aan het Vrijthof.
Ofschoon de Grote Staat nog vele fraaie gevels telt, slaan we nu de Muntstraat in. Op de binnenplaats van nr. 29 is nog een gave vakwerkgevel aanwezig. In originele staat hersteld zijn de panden nrs. 1 en 3. Sierlijk zijn de festoenen en draperietjes. Weer op de Markt gekomen, nu aan de achterzijde van het stadhuis, bewonderen we op nr. 55 een fraaie koetspoort en gevelsteen met als inschrift 'In de Blauwe Hand' 1754. Onze belangstelling wordt tenslotte gevraagd voor de indrukwekkende zijgevel van pand nr. 71 in de zuidwand van het plein, waar het straatje 'Heilige Geest' in de Markt uitmondt. Deze zijgevel is uitgevoerd in vakwerk en rust vanaf de eerste verdieping in een overstek op laat_gothische corbeels. Ook de St. Andrieskruisen duiden op een aanzienlijke ouderdom. De voorgevel
52
van het pand is uitgevoerd in steen en is evenals het dak van jongere datum (18e eeuw). We eindigen onze wandeling met een kritische blik in de richting van de oostelijke pleinwand, die in de dertiger jaren helaas doorbroken werd voor de aanleg van de Wilhelminabrug en waar thans moderne kantoorgebouwen oprijzen, welke naar de mening van velen het fraaie beeld van de oude Maastrichtse binnenstad ontsieren.
Wie de tijd heeft om zijn wandeling voort te zetten, raden wij aan een bezoek te brengen aan de 18e eeuwse vestingwerken, gelegen aan de rand van de oude stad in N.W. richting. Hiertoe behoren de door Dumoulin aangelegde Bossche fronten met de bastions Stadhouder, Erfprins, Holstein en Prins Frederik. Geheel intact is gebleven het vele kilometers lange ondergrondse gangenstelsel. In de nabijheid ligt het in 1816 gebouwde fort Willem I.
53
III
Een wandeling naar de St. Pietersberg en het Jekerdal
In de omgeving van de oude stad Maastricht liggen tal van bezienswaardigheden, die een korter of langer bezoek waard zijn. Het merendeel echter, zoals de op de oostelijke Maasoever staande kastelen Geusselt, Bethlehem, Jeruzalem en Borgharen, ligt zodanig verspreid, dat zij moeilijk in een aantrekkelijke wandeling zijn op te nemen. Een uitzondering hierop maakt het landschappelijk milieu van de St. Pietersberg en het Jekerdal op de westelijke Maasoever ten zuiden van de oude stad. Wie zich, bij zonnig weer in voorjaar, zomer of vroege herfst, de moeite van een wandeling in dit gebied willen getroosten, zullen met indrukken worden beloond, die onvergetelijk zijn. Langs de St. Pieterstraat verlaten we de binnenstad en via de St. Hubertuslaan en de Luikerweg bereiken we de St. Pietersberg, waar deze bekroond wordt door het in 1701 gebouwde Fort St. Pieter. Reden tot de bouw van dit fort was het feit, dat het geschut in die dagen over een steeds grotere afstand ging reiken. Was het de Franse koning Lo_dewijk XIV in 1673 niet gelukt vanaf deze plek projectielen tot in de Looiersstraat te schieten? Bouwmeester was de Maastrichtse gouverneur baron van Dopff van Nedercanne. Wenst u het onderaardse gangenstelsel te bezichtigen, dan kunt u zich
55
Terras op het Vrijthof.
wenden tot het V.V.V.
Na vanaf het caf_terras van het fort of vanaf het bergplateau genoten te hebben van het fraaie uitzicht op Maastricht en omstreken, dalen we de Lui_kerweg af tot aan de Observantenweg. Deze weg leidt langs de neo_gothische kerk van St. Pieter en het uit 1526 daterende laat_gothische huis 'De Torentjes' naar de lommerrijke uitspanning Slavante. Op deze plaats stond eens het in 1489 opgerichte Observanten_ of Franciscanenklooster. En van de weinige overblijfselen is een uit 1681 daterend kapelletje. Ter plaatse ligt de ingang tot een tweede onderaards gangenstelsel. Wenst u dit stelsel met zijn historische mergelexploitaties, zijn oude tekeningen, vleermuisverblijfplaatsen en champignon_kwekerijen te bezichtigen, dan kunt u zich wenden tot het V.V.V.
Langs trappartijen, aangelegd tussen de begroeiing, bereiken we het bergplateau, vanwaar we uitzien over het fabriekscomplex van de Eerste Nederlandse Cement_Industrie. Deze onderneming bezit vergaande concessies tot afgraving van een groot gedeelte van de St. Pietersberg en dankt deze vrijgevigheid van de Overheid uitsluitend aan overwegingen inzake de nationale economie. Aan de rand van de afgraving ligt Lichtenberg. Door de poorttoren van de Burchthoeve treden we het binnenplein op, waar de rune van een middeleeuwse toren oprijst. Volgens de overlevering zouden de Romeinen deze plek benut hebben voor berichtgeving middels lichtsignalen. Het uitzicht op de Maasvallei is bijzonder boeiend. Hier woonde in
\
T
Gangenstelsel onder het fort St. Pieter.
57
1439 Jan van Eynatten van Gulpen, die in 1455 een hermitage stichtte, die uitgroeide tot een klooster. We steken de hoogvlakte over in westwaartse richting en dalen door of langs een bospartij af naar het arcadische Jekerdal. Tegen een helling aan de overzijde ligt Nederlands enige terrassenkasteel, het kasteel van Neercanne. We bereiken de plaats via een bruggetje over de Jeker bij de voormalige watermolen en hof Nekum. Vr het douanekantoor aan de Belgische grens steken we de Cannerweg over en bereiken via een landweg en een oprijlaan het heerlijk gelegen gebouwencomplex. Het hier gevestigde restaurant heeft een internationale faam. En van de vroegere bewoners was generaal van Dopff, gouverneur van Maastricht, die het hoofdgebouw in 1698 in klassieke stijl herbouwde en er o.a. Czaar Peter de Grote van Rusland ontving. De bijgebouwen in Maaslandse renaissancestijl zijn van 1611. De hoge weermuur dateert waarschijnlijk uit de 15e eeuw.
Langs de Cannerweg, die door het dal voert, waar het water van het riviertje de Jeker, druk meanderend, in de richting van Maastricht stroomt, keren we terug naar de stad.
59
Het kasteel Neercanne.