Friesland
In de Friese Noordoosthoek, ca. 6 km ten zuiden van het Lauwersmeer, nr. 23 op de kaart
Kollum, hoofdplaats van de Friese gemeente Kollumerland, ligt in een prachtige omgeving van wei- en bouwland, doorsneden door sloten, vaarten en kanalen. Niet voor niets staat de plaats bekend als ‘het groene dorp’. Het eigen karakter van Kollum blijkt onder meer nog uit het plaatselijke dialect, dat iets wegheeft van het ‘Stadfries’, maar anders wordt uitgesproken.
Kollum is vrij groot en heeft een mooie oude kern, waar de oorspronkelijke sfeer van het dorp nog goeddeels bewaard is gebleven. Dit oude cen trum is als beschermd dorpsgezicht aangewezen.
De geschiedenis van het dorp gaat mogelijk al terug
In het centrum van Kollum staan enkele mooie oude pan den, zoals deze aan de Westerdiepswal.
-------------------------------*--------------------------------
tot de Romeinse tijd. Voorwerpen die bij afgravin gen van een van de terpen zijn gevonden, wijzen daar op. De belangrijkste ‘terp’ van het dorp is die waarop de kerk staat. Het is een natuurlijke hoogte, die lang geleden in verband met de dreiging van overstromingen nog verder is opgehoogd. Er be staan documenten uit de 10e eeuw, waarin sprake is van ‘Colleheim’. Vermoedelijk was dit de oude naam van Kollum. ‘Colle’ is een persoonsnaam, ‘heim’ betekent zoveel als ‘erf.
Nog vóór het jaar 1200 werd de hoogte aan het westeinde van het dorp door een dijk verbonden met die aan het oosteinde. Op die twee hoogten en aan de tussenliggende verbindingsdijk ontstond het huidige dorp, gunstig gelegen aan een brede stroom die in verbinding stond met de Lauwerszee.
Omstreeks diezelfde tijd werd de houten kerk van Kollum door een stenen godshuis vervangen en werd de buurtschap tot dorp verheven. Voor de toren van de kerk zijn drie steensoorten gebruikt: tufsteen, kloostermoppen en een klein soort bak steen. Blijkbaar is de toren dus enkele malen her steld of herbouwd. In 1399 werd hij door plunde rende troepen van de Hollandse graaf Willem van Oostervant ernstig vernield. In het begin van de 15e eeuw werd hij in gotische stijl opnieuw opge-trokken en later nog enkele malen verbouwd. Met zijn spitse, slanke toren behoort de kerk van Kol- lum, wat interieur en exterieur betreft, zeker tot de fraaiste dorpskerken van Friesland.
Door zijn gunstige ligging vlak bij de Lauwers- zee kwam Kollum in de 16e eeuw door handel en scheepvaart tot grote bloei. Veel had het dorp in die tijd echter te lijden van plunderende Bourgon dische en Gelderse benden. In 1523 werd Kollum grotendeels platgebrand. Ook de Tachtigjarige Oorlog ging niet ongemerkt aan het Friese dorp voorbij. In 1590 verbleef graaf Willem Lodewijk, stadhouder van Friesland, met 2000 man voetvolk en 500 ruiters in Kollum, toen er door twee Spaan se huurmoordenaars een poging werd gedaan hem om het leven te brengen. Het plan werd echter tij dig ontdekt en de twee Spanjaarden moesten het complot met de dood bekopen.
Kollum is echter vooral bekend geworden door het Orangistische Oproer van 1797. De overheid, die toen onder Frans gezag stond, dwong jonge mannen zich als soldaat in dienst te stellen van de patriotten. Bij de inschrijving in Kollum riep een van de toekomstige leden van de nieuwe ‘burger wacht’, Abel Reitzes, dat hij het met de gang van zaken volstrekt niet eens was en hief vervolgens de kreet ‘Oranje boven!’ aan. Hij werd naar het cachot gesleept, maar door een woedende menigte Kollu- mers weer bevrijd. De opstandige groep groeide aan tot ruim 2000 man en de Dokkumer schutterij, die was uitgerukt om de opstand te bezweren, werd teruggeslagen. De oproerlingen trokken daarop naar Dokkum, om de stad in te nemen, maar tegen het geweld van kanonnen waren ze niet opgewas sen. Het oproer werd in de kiem gesmoord. Vele opstandelingen kregen lijfstraffen of geldboetes en aanvoerder Jan Binnes werd onthoofd.
Een geheel ander verhaal uit de historie van Kollum vertelt ons hoe de dorpsbewoners aan hun bijnaam komen. In 1873 bracht koning Willem in een bezoek aan Kollum en bij die gelegenheid kre gen enkele gasten een gebraden haas voorgezet.
Nietsvermoedend verorberden ze het wildbraad en vertrokken weer met een voldaan gevoel. Later vroeg een jager aan de herbergier waar hij zo snel een haas vandaan had gehaald; het jachtseizoen was immers gesloten? Toen pas bleek dat de gasten zich aan een doodgewone huiskat te goed hadden ge daan. Sindsdien staan de Kollumers dan ook bekend als de ‘Kollumer katten’.
Wetenswaardigheden^
Oudheidkamer Mr. Andreae, Eyso de Wendtstraat 9-11. Gevestigd in een deel van het voormalige postkantoor van Kollum, dat uit 1870 dateert. O.a. prehistorische vondsten, reconstructie van foto- atelier uit begin deze eeuw, oud winkeltje en schoolklasje, gereedschappen van klompenmaker en kuiper. In januari en februari gesloten. N.H.-
KOLLUMERLAND > Kollum, Veenklooster KORTGENE > Colijnsplaat
Kerk, Voorstraat 39. Tweebeukige, gotische kerk, uit de eerste helft van de 15e eeuw. De gedeeltelijk tufstenen toren dateert uit ca. 1200 en werd in 1661 van een hoge naaldspits voorzien. Te be zichtigen. Voormalig Woonhuis Eyso de Wendi, Oostenburgstraat 2. Armenhuis, aan het eind van de 18e eeuw gebouwd op de grondslagen van het voor malige slot Oostenburg. Raadhuis, Voorstraat 46.
Vroeg-19e-eeuws herenhuis in Empirestijl. Midden partij met fronton. Te bezichtigen tijdens kantoor uren. Waag, Westerdiepswal 4. In 1779 herbouwd, thans woonhuis. Niet te bezichtigen. Poldermolen Tochmaland, Tochmaland 1. Monnikmolen uit Tochmaland, Tochmaland 1. Monnikmolen uit
1893. Interieur niet te bezichtigen.