Groningen In Fivelgo, ca. 10 km ten noordwesten van Delfzijl, nr. 20 op de kaart
Spijk, in de gemeente Bierum, geniet wijd en zijd be kendheid als het mooiste voorbeeld van een Gronings kerkringdorp. Een witgepleisterd kerkje ligt op het hoogste punt van een wierde op het door een ringvijver omgeven kerkhof. Een stenen dam geeft toegang tot deze gewijde plek. Rondom ’t Loug, de ringweg langs de omgrachting, staan de huisjes en de molen ‘Ceres’ schilderachtig en intiem tegen de wierdehelling gegroepeerd.
Van het dorp Spijk wordt voor het eerst melding gemaakt in een kroniek van het klooster Bloemhof in Wittewierum, als de plaats waarbij in 1246 op de dijk een groot schip uit Leeuwarden strandde. De ‘olde dijck’, waarvan hier sprake is en die vlak langs de voet van de wierde loopt, zal omstreeks 1200 zijn aangelegd. Spijk lag toen dus nog direct aan zee. De straatnamen Grote en Kleine Dijkstraat herinneren hier ook nog aan. In 1637 werd er achter het dorp een kadijk aangelegd, die echter in 1652 door een stormvloed werd verwoest. Bij de St.-Maartens- vloed, in november 1686, verdronken hier meer dan honderd mensen en bij de vreselijke Kerstvloed van 1717 nog eens meer dan vijftig. Na deze ramp ging men eindelijk over tot het inpolderen van de eeuwenoude kweldergronden achter Spijk, die nog steeds ‘Spiekster boet’ndieks’ (buitendijks) worden genoemd. Noordoostelijk hiervan ligt thans de nieu we Eemshaven.
Van oudsher vormden landbouw en veeteelt de economische basis van het bestaan in deze streek.
Allerlei rechten waren verbonden aan het grond bezit. Om een ‘edele heerd’ te zijn moest een boeren bedrijf minstens bestaan uit ‘30 grasen lands, daer een huys op staat’. Omstreeks 1400 kwam uit deze stand een invloedrijke groep naar voren, de hoofde - lingen, die door koop of erfenis een groot aantal ‘heerlijke rechten’ hadden verworven. Hun huis kreeg de status van borg. Te Spijk wisten twee ‘edele heerden’ het zo ver te brengen. Aan de Nesweg stond het ‘Huis te Spijck’. Als eerste bewoners worden leden van het geslacht Alberda genoemd.
Later ging het door huwelijk over op het geslacht Ubbena. De leden hiervan noemden zich ‘Heer van Spijck’. Aan de weg naar Losdorp stond een tweede Ubbenaborg. Van beide resteren nog delen van de grachten en singels. In de Nederlands-Hervormde kerk herinneren grafzerken en een rouwbord aan de in 1721 gestorven Willem Ubbena en de in 1723 overleden Reint Ubbena, de laatste Heer van Spijk.
In de Franse tijd werden alle heerlijke rechten af geschaft en gemeenten gevormd. Zo werd bij keizerlijk decreet in 1811 de gemeente Bierum in het leven geroepen, die bestond uit de voormalige rechtstoel Vierburen, waartoe de dorpen Spijk, Godlinze, Losdorp en Bierum behoorden, en verder uit Holwierde en Krewerd. Deze toestand bleef ook na de bevrijding van het Franse juk bestendigd.
Lang hebben de bewoners van Spijk als merk-waardige mensen bekend gestaan. Dit kwam vooral doordat ze, wonend in het afgelegen dorp aan de dijk, weinig met bewoners van andere plaatsen in aanraking kwamen. Ze geloofden b.v. nog lang aan heksen en andere bovennatuurlijke zaken. Een plaatsnaamversje zegt dan ook: ‘Kraaiwerd is ’n gat, Holwier is nog wat, len Baairm stoan hoezen verkeerd En ien Spiek hebben ze ’t heksen leerd!’
^e^ienswaardi^iedetu
N.H.-Kerk, ’t Loug 1. Romaans-gotisch, witgepleis terd gebouw, dat oorspronkelijk uit de eerste helft van de 13e eeuw dateert, maar na brand in 1676 is herbouwd. De lage noorderbeuk is in 1848 toege voegd. De toren verving in 1902 een dakruiter uit
1711. In 1969—1970 gerestaureerd. Na overleg te bezichtigen. Molen ‘Ceres’, ’t Loug 15. Korenmolen uit 1839; in 1952 gerestaureerd. Te bezichtigen.
Monumentale panden. Diverse belangwekkende huizen aan ’t Loug, waaronder op nr. 14 de ‘Sarrieshut’, tot 1855 de woning van de ambtenaar die de belasting op het gemaal moest innnen. Daarna het molenaars huis.
Spijkster stoetboom
Te Spijk bestaat sinds jaar en dag het gebruik dat de kinderen op de dag van hun eerste schoolgang een ‘stoet boom’ krijgen. Het is een tak met bolletjes gebakken deeg eraan. Het heet dat meester op zolder een boom heeft waaraan deze ‘steetjes’ (broodjes) groeien. Waarschijnlijk heeft de ‘stoetboom’ verwantschap met de Palmpasentak.
Het witgepleisterde kerkje van Spijk is de kern van het gaafste kerkringdorp in Groningen.