Zeeland Op Zuid-Beveland, aan de Westerschelde, ca. 15 km ten oosten van Vlissinpen, nr. 2 op de kaart
In de Middeleeuwen was Borssele de naam van een eiland in de Zeeuwse wateren, bekend als de heer lijkheid Borssele. Hier had het roemruchte geslacht Van Borssele zijn stamslot.
De geschiedenis van het eiland is er een van voortdurende strijd tegen het water. In zijn annalen staan vele watervloeden opgetekend, o.a. Valen- tijnsvloed (1374), Marcellusvloed (1375), St.- Felixvloed (1530), Allerheiligenvloed (1532). Bij de laatstgenoemde verdween het gehele eiland onder de golven. De ambachtsheer besloot, mede door gebrek aan geld, niet meer tot herstel van de dijken over te gaan. Gedurende een periode van 84 jaar lag Borssele ‘met de zee gemeen’, zoals dat in die dagen heette. Pas in 1616 kon een boodschapper het stadsbestuur van Goes berichten dat het laatste gat in de ringdijk was gedicht. Het stadje kon zich eige naar noemen van een opnieuw bedijkt vruchtbaar land. Twee jaar lang had de Goese vroedschap over de koopsom onderhandeld met de erven van de eigenaar van de ondergelopen polder. Bovendien deed Prins Maurits, als eerste Zeeuwse edele, zijn
Aan het grote rechthoekige kerkplein van Borssele staat een aantal lage huisjes van historische waarde.
rechten gelden op de Borsselse schorren, wat voor Goes een extra afkoopsom betekende van ƒ 32 000,—, een enorm bedrag voor die dagen.
Het drooggelegde gebied was wel bijzonder vruchtbaar, maar de dreiging van het water bleef.
Niet zonder een zucht van verlichting verkocht Goes de polder dan ook in 1750 aan een zekere Jan van der Hooge, die met een (valse ?) oorkonde aan toonde dat hij rechtstreeks van het geslacht Van Borssele afstamde.
De woonkern in de nieuwe polder, het dorp Borssele, was in 1616 gesticht. In 1622 stonden er 43 huizen. Het ontwerp is altijd toegeschreven aan de bekende wiskundige en vestingbouwer Simon Stevin, maar uit nader archiefonderzoek is gebleken dat dijkgraaf Cornelis Soetwater de plattegrond heeft uitgewerkt.
Men zou Borssele eigenlijk vanuit de lucht moe ten bekijken; pas dan wordt duidelijk dat het op de tekentafel is ontstaan. De rechthoekige straten en singels sloten destijds aan bij de kavels waarin de polder was verdeeld. De verhoudingen van het grote plein zijn die van de ‘gulden snede’, een schoonheidsnorm van de Renaissance. De Oost- straat en de Weststraat doorsnijden het plein zoda nig dat er een vierkant achterplein en een langwer pig voorplein is ontstaan. Rondom het geheel met linden beplante plein staan eenvoudige, lage huis-
jes. Het achterplein heeft een z.g. ‘vaete’. Midden op het voorplein domineert een z.g. waterstaats kerk uit 1852. Tegenover de kerk zien we het Vis- kot, een stenen gebouwtje uit 1832, gedekt met een pannen schilddak. Boven de drie ingangen bevin den zich schilden met daarop de woorden: ‘Hoort, Ziet, Zwijgt’. Hierin verkochten vroeger de vissers hun vangst aan de huisvrouwen.
Men wil Borssele als beschermd dorpsgezicht aan wijzen. En terecht: zijn geometrische aanleg, geïnspireerd op Italiaans-Franse voorbeelden uit die tijd, is voor ons land uitzonderlijk. Met name het plein is zeer karakteristiek voor wat de Renais- sancestedebouw op het Zeeuwse platteland heeft bereikt.
Aan de noordzijde van het dorp ligt de vlied berg, waarop naar alle waarschijnlijkheid het kasteel van de Heren van Borssele heeft gestaan (zie kadertekst).
bezienswaardigheden^
Viskot, Plein. Stenen gebouwtje uit 1832, oorspron kelijk gebruikt voor visafslag. Historische panden, Plein 1, 28, 29, 30, 31, 56 en 58, Zuid- singel 16. Oude boerderijen, o.a. Korte Zuidweg 4, Monsterweg 60 (‘Klein Monsterboek’), Kraaiweg 16 (‘Hof Monster’). Mo/en ‘De Hoop en Verwachting’, Molenweg 18. Gerestaureerde houten korenmolen uit 1714; achtkante bovenkruier. Niet te bezichti gen. V/iedberg ‘De Berg van Troye’, noordelijk van het dorp. Met restanten van het stamslot van de Van Borsselens. Niet te bezichtigen maar vanaf de openbare weg goed te zien. Kerncentraie, ten westen van Borssele aan de zeedijk. Niet te bezichtigen.
De Berg van Troye
In Zeeland zijn nog enige tientallen vlied- of vluchtber- gen te zien. Hierop kon vroeger de bevolking bij water vloeden het vege lijf redden. Of de ruim 7 m hoge ‘Berg van Trope’, ten noorden van Borssele ook werkelijk als zodanig heeft gediend wordt betwijfeld. De oppervlakte ervan biedt weinig ruimte en de steile hellingen zullen niet uitnodigend zijn geweest. Opgravingen in de berg hebben fundamenten aan het licht gebracht van een door steunberen geschraagde ringmuur en een grote woon- en verdedigingstoren. Deze restanten zijn ongetwijfeld van het mottekasteel van de Van Borsselens. Telgen uit dit geslacht, Wolfert, Filips, Hendrik en Frank, hebben in de 13e—15e eeuw een belangrijke rol in onze vader landse geschiedenis gespeeld. Vooral de naam van Frank (1395—1471), die met Jacoba van Beieren huwde, heeft een bekende klank. Wie van de Van Borsselens werkelijk op het kasteel hebben gewoond is niet bekend. Opgravingen in de nabijheid van de berg hebben aangetoond dat er bij het kasteel een stenen voorburcht heeft gestaan; de twee complexen waren door een brug over het water met elkaar verbonden.
De vluchtberg 'Berg van Troje' te Borssele
48G 40.34/383.16.
De duidelijk herkenbare vluchtberg ligt aan de noordzijde van het dorp Borssele op Zuid-Beveland.
Berg van Troje te Borssele.
Geschiedenis Uit onze vaderlandse geschiedenisboekjes is vooral het in 1432 gesloten huwelijk bekend van Frank van Borsselen met Jacoba van Beieren. Frank stamde uit een geslacht dat na 1300 tot één der belangrijkste van Zeeland behoorde en hier uitgestrekte goederen bezat. De Van Borsselens (Wol- fert I 1250-1299, Filips 1380-1431, Frank 1395-1471, Hendrik 1395-1474, Wolfert VI overleden 1487) speelden dan ook een belangrijke rol in de Nederlandse geschiedenis. Hun stamslot was de 'Berg van Troje' te Borssele, destijds gelegen op een afzonderlijk eiland en bekend als de heerlijkheid Borssele. Wie van de roemruchte vertegenwoordigers van het geslacht hier werkelijk hebben gewoond is niet bekend.
Onderzoek/vondsten Of de meeste van de in Zeeland voorkomende vlucht- of vliedbergen ooit als zodanig hebben gefunctioneerd in tijden van watersnood moet ernstig worden betwijfeld. Het vaak steile talud gecombineerd met de geringe oppervlakte op de top pleiten hier tegen. Ook het resultaat van het hier behandelde onderzoek biedt voor deze zienswijze geen perspectief.
Op een diepte van 30-50 cm onder het ovale plateau (9.50 x 12 m) op de top werden uitgebroken fundamentres- ten van een bakstenen gebouwtje (7 x 6 m) aangetroffen.
De vondst van zogenaamde leipannen - een in de 13de eeuw vervaardigd type pannen - en aardewerkfragmenten, wijst evenals het gebruikte baksteenformaat op een datering in de 13de/14de eeuw. De ondiepe fundering en de breedte der funderingssleuven doen vermoeden, dat zich hier een lichte, niet erg hoge toren heeft bevonden; wellicht een zogenaamde spietoren.
In de helling van de heuvel werd muurwerk gevonden, waarvan de loop voor een groot gedeelte nog slechts aan de hand van puinsporen kon worden getraceerd. De breed-
269
te van dit enorme fundament, dat gelet op het baksteenformaat (circa 30 x 14 x 7.8 cm) in de 13de eeuw thuis hoort, bedroeg 1.90 m. De ringmuur bleek aan de buitenzijde geschraagd door op 2.60 m van elkaar geplaatste steunberen.
Slechts ter plaatse van een mogelijke brug, bedroeg de onderlinge afstand 3.70 m. Uit deze constructiemethode mag worden geconcludeerd dat de ongetwijfeld hoge muur de druk moest kunnen weerstaan van de zich erachter bevindende grondmassa. Hierop wijst ook de huidige vorm van de berg. Gebleken is dat na afbraak van de muur de er binnen aanwezige grond over de uitbraaksleuf is uitgezakt of geworpen, waardoor de voet van de heuvel zich naar buiten verplaatste en tevens een gedeelte van de gracht werd opgevuld. Dit alles vond plaats vóór het jaar 1530.
Puin van deze muur is namelijk in de gracht teruggevonden, bedekt met een laagje klei dat hier werd gedeponeerd ten tijde van de grote overstroming in het jaar 1530.
In de heuvel werden nog meer funderingsporen waargenomen. Deze bevonden zich aan de oostzijde op een circa 2.5 m diep niveau onder de top van de heuvel. De breedte bedroeg 2 meter. Zij behoren toe aan een zwaar gebouw dat gelijktijdig met de ringmuur moet hebben bestaan en ongetwijfeld een grote woon- en verdedigingstoren is geweest. De op de oosthelling van de berg gevonden leien zullen hiervan de dakbedekking hebben gevormd.
Profielstudies laten zien dat de berg, waarop het stenen 'kasteel' stond, niet in één keer is opgeworpen, doch dat dit geschiedde in een drietal fasen. Op grond van het scher- venmateriaal is een eerste - waarschijnlijk eenvoudige - boerennederzetting te dateren in de 12de eeuw, mogelijk eind 11de eeuw. Deze werd gesticht op een terpje van circa 3 m hoogte. De tweede nederzetting, gedateerd in de 12de eeuw, is gebouwd op een niveau van 4.70 m, terwijl de laatste houtbouw op het einde van de 12de eeuw of in het begin van de 13de eeuw verrees op een hoogte van 5.42 m.
Dat het boerenbehuizingen van zogenaamde vakwerkbouw waren bewijzen de vondsten van paalgaten en verbrande leem. Het vroegste terpje zal waarschijnlijk in de 11de/12de
Vereenvoudigde plattegrond van de opgravingsresultaten in de Berg van Troje. De in het talud aanwezige bunkers dateren uit de tweede wereldoorlog.
eeuw, spoedig na het droogvallen van de hoge gronden, zijn opgeworpen, toen van beschermende bedijkingen nog geen sprake was.
Ten westen van de behuizingen zullen zich naast de heuvel schuren en stallen hebben bevonden. De aanwezigheid hier van drie woonvlakken, waarin brandsporen en scherven voorkwamen, wijzen op een correlatie met de drie perioden in het bergje. Bij het stenen 'kasteel' tenslotte heeft een stenen voorburcht behoord. De plaats hiervan binnen een verlande slotgracht was in het terrein goed waarneembaar.
Bij het onderzoek bleken zware muurfundamenten, die aan de basis 2.15 m breed waren, uit de gracht te zijn opgemetseld. De rechthoekige, aan één zijde open vorm van de plattegrond doet veronderstellen dat het hier tevens de buitenmuur van aangrenzende gebouwen betreft. Waarschijnlijk zijn als gevolg van een egalisatie de sporen van ondiep gefundeerde binnenmuren verloren gegaan. Slechts op grond van lichte indrukkingen in het grondprofiel kon worden nagegaan waar deze zich vermoedelijk hadden bevonden.
Plaatsbeschrijving
De verbinding tussen voorburcht en kasteel zal hebben bestaan uit een brug. Ook hiervan ontbreken sporen. De berg, waarop reeds eeuwen het gerammel van wapenen is verstomd, is na het onderzoek teruggebracht in de staat waarin zij werd aangetroffen. Als vredig element in het vlakke landschap getuigt de torenheuvel thans van de vergane adeldom van zijn bewoners.
De ruim 7 meter hoge vluchtberg/kasteelberg beheerst de noordelijke entree van het dorp Borssele en laat zich zonder moeite aan de noordoostzijde van het opvallende rechthoekige stratenplan opsporen.
Dit stratenplan met de rechthoekige kerkbrink in het mid-
den en de rechthoekige singel rondom het dorp dateert uit 1616 toen met de lineaal in de hand de ten tijde van de Sint Elisabethsvloed van 1517 overstroomde polder een nieuwe vorm werd gegeven.
Literatuur
Braat W. C., De berg van Troje, het stamslot der heren van Borsse- le, Oudheidkundige Mededelingen uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, nieuwe reeks 37, (1957) p. 69-83.
Braat W. C., De berg van Troje, het stamslot der heren van Borsse- le (eindverslag van het onderzoek), Oudheidkundige Mededelingen uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, nieuwe reeks 42 (1961) p. 129-144.
Monumenten in de naaste omgevingZie Z1 - het cultuurreservaat de Hellenburg te Baarland.
Onmiddellijk ten noorden van de dorpskom van Ritthem bij de hofstede 'Berglust' ligt een vluchtberg, waarvan bekend is dat deze in 1888 nog circa 12 meter hoog was. In 1925-'26 is een gedeelte van de noordoostzijde af gegraven, waarna een onderzoek heeft plaatsgevonden van het profiel van de toen ontstane steilkant (48D 32.62/386.40).
In het gehucht Baarsdorp bevindt zich het terrein van de vroegere kerk te Baarsdorp (kerkje van Jacoba van Beieren) dat thans nog omgeven is door een fraaie kerkhofmuur. Het kerkterrein, waar in 1880 de kerk is afgebroken, schijnt oorspronkelijk de plaats te zijn geweest waar de slotkapel heeft gestaan, behorende bij het 'Huis te Baarsdorp'. Genoemd kasteel heeft op één van de twee bergjes gestaan die in het aangrenzende perceel zichtbaar zijn (48E 47.50/389.52).
Vergelijkbare monumenten elders
De 'Berg van Troje' is één van de 34 nog bestaande vlucht- bergen/kasteelbergen in de provincie Zeeland. Omstreeks 1900 werden er nog circa 100 van deze heuvels in de
Reconstructie van het laatste motte-kasteel van Borssele
Zeeuwse oudlandpolders aangetroffen. De basisdiameter bedraagt ongeveer 30 meter en de hoogte varieert tussen 5 en 12 meter. Sommige waren oorspronkelijk door een gracht omringd. In het bovenstaande is van een andere functie dan die als kasteelberg al iets gebleken. Ook onderzoek in een aantal andere vluchtbergen heeft geleerd dat hierin vaak een kernheuvel aanwezig is, die eerst in een latere fase ten dienste van 'militair' gebruik werd opgehoogd. De kernheuvels kan men beschouwen als terpen waarop boerderijen stonden. Aardewerkvondsten uit deze middeleeuwse terpjes wijzen meestal op bewoning in de 11de en 12de eeuw.
De nog bestaande vlucht-/kasteelbergen in Zeeland bevinden zich:
in Zeeuws-Vlaanderen (3)
1. ten zuiden van Groede aan de Scherpbierse weg (48C 24.01/376.94),
2. ten zuidoosten van Zaamslag nabij het kerkhof (54F 52.41/370.09),
3. ten noorden van Sluis doch binnen de omwalling (53F 15.90/371.55),
op Walcheren (18)
4. ten westen van Boudewijnskerke (48A 21.68/393.96),
5. ten zuidwesten van Aagtekerke achter 't Hof Hazenberg (48A 23.14/395.64),
6. ten westen van Aagtekerke nabij St. Jan ter Heere (48A 23.02/396.54),
7. ten zuiden van Biggekerke aan de Bergweg (48A 25.85/390.35),
8. in de kom van het dorp Biggekerke ten zuidoosten van de kerk (48A 25.80/391.60),
9. aan de noordrand van het dorp Biggekerke (48A 25.84/391.72),
10. te Krommenhoeke ten noordoosten van Biggekerke (48A 26.78/392.72),
11. ten noordoosten van Koudekerke aan de Meinersweg (48A 28.64/391.28),
12. ten noordoosten van Koudekerke aan de Perduinsweg (48A 28.92/391.92),
13. ten zuidwesten van Grijpskerke aan de Mariekerkse- weg (48A 26.96/394.72),
14. ten zuidoosten van Koudekerke nabij de kruising Groene Weg-Bergweg (48A 29.06/389.06),
15. in een buitenwijk van Vlissingen genaamd Pauwenburg (48C 27.15/387.36),
16. ten noorden van het dorp Ritthem bij de hofstede Berg- lust (48D 32.62/386.40),
17. ten zuiden van Gapinge aan de Schellachse Weg (48B 32.90/396.26),
18. ten noorden van Gapinge aan de Hurgronjeweg (48B 33.06/397.14),
19. ten zuidwesten van Veere nabij Zanddijk (48B 34.78/ 396.15),
20. ten noordwesten van Kleverskerke aan de Oude Veerse weg (48B 34.44/394.16),
21. ten noorden van Kleverskerke langs het Kanaal door Walcheren (48B 35.48/393.88),
op Zuid-Beveland (10)
22. ten zuidwesten van 's Heer-Arendskerke bij Baarsdorp (48E 47.41/389.56),
23. als nr. 22 (48E 47.50/389.52),
24. ten noordwesten van het dorp Borssele (hier beschreven),
25. ten noordwesten van Ellewoutsdijk aan de Trenteweg (48G 43.70/381.12),
26. ten noordwesten van 's-Gravenpolder (48H 50.46/ 386.92),
274
De vlucht-lkasteelberg te Nisse (Zuid-Beveland) (nr. 27).
27. in het dorp Nisse nabij de kerk (48G 48.22/386.12),
28. langs de weg 's-Gravenpolder-Goes naast de hoeve 't Hof Blaemskinderen (48F 52.05/388.06),
29. langs de weg 's-Gravenpolder-Goes ter hoogte van de autoweg (48F 51.97/389.02),
30. bezijden het dorp Kloetinge binnen de Tervatense Weg (48F 52.96/391.06),
31. in het dorp Wemèldinge nabij de kerk (48F 57.72/ 392.84),
op Tholen (1)
32. ten zuidwesten van Scherpenisse nabij Westkerke (49A 65.22/394.90),
op Schouwen-Duiveland (2)
33. ten westen van de weg Elkerzee-Scharendijke (42E 48.06/416.78),
34. ten noorden van Zierikzee aan de Heuvelsweg (42H 53.48/409.96).